Whale Rider

Het verhaal van Whale Rider van de Nieuw-Zeelandse vrouwelijke regisseur Niki Caro gaat over de strijd die het 11-jarige meisje Pai moet leveren om haar roeping te kunnen volgen als spiritueel leider van een Maori-stam. De film is de bewerking van de gelijknamige roman van de Maori Witi Ihimaera. De regisseur koos ervoor te filmen op dezelfde locatie die in de roman voorkomt: het dorp Whangara aan de oostkust van Nieuw-Zeeland. In de film maakt zij gebruik van de bestaande geografische en architecturale elementen. De baai met het strand, het gebouw waar de gemeenschap samenkomt (de Wharenui), de grote kano (waka) en het huis van Koro het stamhoofd. Ook de plaatselijke bevolking kreeg een actieve rol in de film. Ze namen de bijkomende personages voor hun rekening, evenals de rol van het volk zelf.

Marjeet Verbeek

Whale Rider is geen moeilijk te volgen film. Recensenten noemen de film een opwekkend sprookje. Persoonlijk vind ik dat te zwak uitgedrukt. Het geniale van Whale Rider schuilt voor mij in de overtuigende integratie van Maori mythologie én de realistische schets van het alledaagse leven van Maori’s. Precies die integratie zorgt er m.i. voor dat er een betekenisvolle levensvisie uit de film spreekt – ook voor ons westerlingen. Let u er tijdens het kijken eens op welke filmesthetische middelen de regisseur gebruikt om die integratie van mythe en realiteit gestalte te geven. En kijkt u eens of de levensvisie in de film ook voor u betekenisvol is.

Whale Rider veroverde in bijna alle festivals waar hij in de loop van 2003 werd vertoond de publieksprijs. Hij ontving in dat jaar vrijwel alle New Zeeland Film Awards en ook de Humanitas Award van het belangrijke Sundance Filmfestival. De onervaren Keisha Castle-Hughes werd voor haar rol als Pai genomineerd voor een Oscar voor de beste vrouwelijke hoofdrol.

Na de film

Maori films

Whale Rider is in de laatste decennia de tweede indrukwekkende film die gaat over het overleven van de oorspronkelijke bevolking, de Maori’s, in de moderne Nieuw-Zeelandse cultuur. De eerste film was Once Were Warriors wat vertaald betekent: Ooit waren we krijgers. Die film gaf een troosteloze blik op de 80% van de Maori bevolking die in de stad leeft. Drug- en drankmisbruik, sex, geweld en werkeloosheid lijken het leven van vooral de mannen te domineren. Bij hen geen gevoel meer voor normen en waarden, cultuur en tradities, verstoken als ze zijn geraakt van identiteit en eigenwaarde. Treurig resultaat van de assimilatie van de Maori’s in de op westerse snit georganiseerde Nieuw-Zeelandse samenleving. Maar aan het einde van de film vinden we wel een sprankje hoop, wanneer de vrouwelijke hoofdrolspeelster uiteindelijk besluit om terug te keren naar haar roots, haar stam op het platteland.

Roots

Whale Rider lijkt aan te sluiten op dat einde en de vraag te stellen: wat gebeurt er als je terugkeert naar je roots? Wat tref je daar dan aan? Net zoals in Once WereWarriors wordt in deze film het overleven van Maori’s, maar nu op het platteland in plaats van in de stad, realistisch geschetst. Door de manier waarop de productie tot stand is gekomen straalt de film een grote authenticiteit uit. De trouw aan de geest en de locatie van de roman geven aan de film een Maori uitstraling. Mensen, gebouwen, voorwerpen en gezangen verwijzen naar een oorspronkelijke cultuur. En door te kiezen voor een licht panoramisch perspectief bij de talrijke buitenopnames realiseert de cineaste Niki Caro een beeldkader dat recht doet aan de locatie. De band tussen de dorpsbewoners en de wijde zee spreekt uit talrijke sequenties. De zee vertegenwoordigt immers de oorsprong van de gemeenschap. Niki Caro houdt met die zee voortdurend beeldend contact door mee te kijken met het stamhoofd Koro en zijn kleindochter Pai.

Geen exotisme

En toch weet de film elke vorm van exotisme te vermijden. Whale Rider idealiseert de Maori cultuur niet want hij brengt de hedendaagse problemen en spanningen in beeld, waarmee de bestaande gemeenschap nu kampt. Ook op dat punt brengt de regisseuse een authentiek beeld op het scherm. Ook op het platteland is het leven er een beetje uit. Ook daar, hoewel er geen sprake lijkt van criminaliteit, dreigen de meeste Maori’s zich onder te dompelen in lethargie, drank en armoede. Maar Whale Rider wil meer dan alleen dat troosteloos perspectief bieden. De film wil een uitweg tonen. Wil tonen dat verandering weliswaar noodzakelijk is, maar dat verandering niet perse de Maori cultuur, traditie en identiteit hoeft te vernietigen. Ze moeten hervormd worden en wel vanuit een bewustzijnsverandering.

Pai en opa

Whale Rider toont wat kan gebeuren als, in tegenstelling tot wat de traditie voorschrijft, een meisje de gave van mystieke kwaliteiten van spiritueel leiderschap heeft. Hoe kan Pai haar bestemming als leider volgen tegenover de machtige patriarchale traditie die haar opa representeert? Zonder twijfel door al haar kwaliteiten die, zoals opa als geen ander weet, nodig zijn voor een leider: te weten spirituele kracht, moed, intelligentie en wilskracht. Maar ja, ze is een meisje dus kan hij die kwaliteiten bij haar niet zien. Integendeel hij maakt haar juist omdat ze vrouw is tot zondebok voor alles wat misgaat in de Maori cultuur. Uiteindelijk moet de mythische walvis er aan te pas komen om de waarheid van het spiritueel leiderschap van het meisje te onthullen, zoals te zien is in de voorlaatste magnifieke scène. Dit einde van het drama is transcenderend en inspirerend. In ieder geval voor de Maori’s zelf zoals we in de slotbeelden zien wanneer het hele dorp saamhorig de kano de zee op laat varen.

Inspiratie voor westerlingen?

Zoals haar heldin durft de film Whale Rider te dromen. Maar is de film dan slechts een sprookje, een wensdroom, een vlucht uit de realiteit of spreekt er een in de realiteit gewortelde levensvisie uit die ook ons westerlingen kan inspireren? Een bewustzijnsverandering waarin mythe en realiteit, verbeelding en werkelijkheid geïntegreerd worden, niet langer naar een naar binnen gericht religieus systeem maar naar een religieuze houding die open is naar de wereld? En naar een gedeeld spiritueel leiderschap. 

Een geïntegreerde visie

Donderdag 11 november las ik op de religiepagina van het dagblad Trouw een artikel met als titel: ‘Wetenschap herontdekt kennis uit de Oudheid’. Zonder nou zelf wetenschapper te zijn meende ik al lezende een link met de film Whale Rider te zien. Het artikel ging over het nieuwe boek ‘Kosmische Visie’ van de Hongaarse musicus en wetenschapper Ervin Laszlo. Blijkbaar richtte hij in 1993 de Club van Boedapest op – een internationaal gezelschap van wetenschappers, kunstenaars en spiritueel leiders, die zich, met bewustzijnsverandering als sleutelwoord, inzetten voor een betere, duurzame wereld. Op de lijst van ereleden staan klinkende namen als Richard von Weizsäcker, Elie Wiesel, Michael Gorbatsjov, Desmond Tutu en de Dalai Lama. In zijn boek komt Laszlo te spreken over het ‘alles verbindende informatieveld’ dat volgens hem in de kosmos werkzaam is. Hij zegt: “De bewijzen stapelen zich op dat natuur, leven en bewustzijn veel nauwer samenhangen dan wetenschappers ooit voor mogelijk hebben gehouden. (…) Eigenlijk is de wetenschap in de afgelopen decennia kennis en inzichten aan het her-ontdekken die de mensheid al in de Oudheid bezat.” Hij bedoelt dan de intuïties en inzichten die mystici, zieners en wijsgeren al duizenden jaren geleden hadden omtrent zo’n alles verbindend informatieveld. Voor Laszlo is dat een betekenisvolle visie waarin mensen behoren aan de aarde en aan elkaar en de aarde behoort aan de kosmos. En dat allemaal gezamenlijk evolueert en ontwikkelt. Volgens Laszlo bieden ontdekkingen vandaag de dag in de kosmologie, biologie en fysica de opening naar zo’n visie die meer geïntegreerd zal zijn.

Kosmische visie

De film Whale Rider sluit naar mijn mening naadloos bij deze kosmische levensvisie aan. Kijk maar naar het begin van de film. Machtige mythische natuurbeelden laten ons van onder water, als het ware vanuit ons onderbewustzijn en als het ware door de ogen van de walvis, dat prehistorisch dier, meekijken naar heftige close-up beelden van een stervende vrouw in barensnood, haar man en twee baby’s. Dat alles in dromerige slowmotion beelden ondersteund door dromerige onderwater geluiden. Ondertussen vertelt Pai, de enige Maori die nog met de walvissen kan communiceren, met melancholieke, dromerige stem ons de scheppings- en aartsvadermythe van haar stam.

In vroegere tijden ervoer het land een grote leegte
Het wachtte
Wachtend om bewoond te raken
Wachtend op mensen die het lief hadden
Wachtend op een leider
En hij kwam op de rug van een walvis
Een man om een nieuw volk te leiden
Onze voorvader, Paikea
Maar nu wachten we op de eerstgeborene van de nieuwe generatie
De afstammeling van de walvisruiter….
De jongen die leider zou worden 

Er was geen blijdschap toen ik geboren werd
Mijn tweelingbroer stierf en nam onze moeder met zich mee.
Iedereen wachtte op de eerstgeboren jongen om te leiden
Maar hij stierf… en ik niet…

De beginbeelden en beginwoorden van de film zetten al de mythologische toon van de film. Er spreekt een kosmische levensvisie waarin mens en dier, hemel, aarde en zee deel uitmaken van de evolutie van de kosmos. Maar er klinkt ook meteen melancholie en tragiek door in die toon. De vertelster meent dat de mythe verleden is geworden, dat het koord van de afstammelingen met de Ouden is gebroken. Dat daarom haar volk in crisis verkeert en op sterven na dood is. Die crisis wordt gesymboliseerd door de geboorte van haarzelf en het overlijden van haar eerstgeboren broer. De beelden vertellen ons dat de Ouden, de walvissen hier getuige van zijn. Maar de tragiek is dat het volk het niet meer ziet, behalve Pai.

Tragiek

Vervolgens stapelen zich in de film de tragische gebeurtenissen op. Opa Koro die tegen wil en dank van zijn kleindochter houdt, maar niet kan zien hoe begaafd ze is. Daarvoor houdt deze leider veel te angstvallig vast aan tradities die overigens voor de dorpsbewoners niet veel meer betekenen. Zelfs zijn oudste zoon en gedoodverfde opvolger Pai’s vader Pourourangi vlucht weg van zijn kano naar het buitenland. Weg van de uitzichtloosheid van en de verantwoordelijkheid voor zijn volk. Verder levend als kunstenaar verarmt hij volgens zijn vader de spirituele Maori kunst tot souvenirs.

Humor

Het is dus niet het stamhoofd Koro die de gemeenschap bij elkaar kan houden. Wie dat nog wel kunnen, zijn eigenlijk de twee minst voor de hand liggende personages. Pai’s grootmoeder en haar oom Rawiri, nota bene zijn vrouw én zijn tweede geboren jongen. Hun leiderschap is dan wel informeel maar daardoor niet minder effectief. Juist doordat het gezien de omstandigheden realistisch is. Trouw aan hun stek zien ze de crisis van hun volk ook maar ze zien méér. Zij zien wél de bijzondere gave van het meisje. En ze hebben humor. En relativerende humor die levensnoodzakelijk is in tijden van crisis. Zoals in het begin waarin de oude dorpsvrouwen de gek houden met de eigenwijze Pai die meent dat ze moeten stoppen met roken om hun barend perspectief te beschermen. Of later wanneer oma tegen de verdrietige Pai zegt, wanneer Koro haar voor de zoveelste keer buitensluit: “In huis ben ik de baas, laat hem maar denken dat hij de baas is”. Om oom Rawiri haar vervolgens het vechten met de taiaha te laten leren. Even doorbreekt de regisseur dan de filmstijl door een met de taiaha showende Rawiri in de camera te laten kijken. Alsof hij wil zeggen: zo ernstig moet je ons Maori’s als krijgers nou ook weer niet nemen.

Achter de coulissen doen oma en Rawiri wat er gedaan moet worden, tegen de verstarring van tradities in, om de bewustzijnsverandering in te luiden die pas na Pai’s ontmoeting met de oude walvis echt en in het openbaar gestalte kan krijgen.

Levenscyclus

De film opent met geboorte en sterfte, maar eindigt met wedergeboorte en leven, ingeluid door het mysterieuze aanspoelen van de walvissen op het strand. In het boek laat de schrijver Koro over deze gebeurtenis zeggen:

“Hoort de walvis thuis in de werkelijke of de onwerkelijke wereld? Hij is het allebei. Hij is de herinnering aan de eenheid die de wereld ooit was. Hij is de navelstreng die het heden met het verleden, de werkelijkheid met de fantasie verbindt. Hij is het allebei en als wij de verbondenheid kwijtraken zijn wij geen Maori’s meer. De walvis is het teken. Hij heeft zich hier laten aanspoelen. Als wij in staat zijn om hem aan de zee terug te geven, is dat het bewijs dat de eenheid nog niet verloren is. Als het ons niet lukt is dat omdat we zwak zijn geworden. Als hij leeft, leven wij. Als hij sterft, sterven wij. Daarbuiten wacht niet alleen zijn redding, maar ook die van onszelf. Zullen we leven of zullen we sterven? Goed dan jongens, vooruit erop af. “

De gave van Pai

Maar het is noch hij noch de jongens die het lot van de walvis en van het volk kunnen keren. Dat kan alleen Pai, omdat zij de gave bezit. Bereid ervoor te sterven spoort ze de walvis aan naar de zee terug te keren. Die machtige beelden suggereren een mysterieus proces van bewustzijnsverbondenheid tussen mens, natuur en dier. En zo brengt Pai de mythe van de walvisrijder voor de Maori’s weer tot leven. En vindt ze haar bestemming als spiritueel leidsvrouw om haar volk weer in harmonie te leren komen met de wijsheid van de natuur. Hen het besef bij te brengen van een vitaliserende broederschap met de natuur en met de dieren, met de zee en elkaar. We zien het in de slotbeelden. Daar is de gemeenschap weer verenigd op het strand. Haar vader is teruggekeerd met zijn zwangere vriendin. Hemi zingt weer Maori liederen. Zelfs zijn criminele vader roeit mee in de kano. En de schooljuf. En nog vele onbekende andere mannen en vrouwen. En Koro zit naast haar als een vogel die net leert vliegen. Hier geen verstarde religieuze tradities meer maar hervormde religieuze tradities waaruit openheid spreekt. En een gedeeld spiritueel leiderschap. En met een veel levendiger stem dan aan het begin besluit ze:

“Ik ben Paikea Apinara, ik stam af een lijn van leiders helemaal terug naar de walvisrijder. Ik ben geen profeet, maar ik weet dat mijn volk voorwaarts zal gaan, met al de kracht die het in zich heeft.”

Deel van het grote geheel

Whale Rider, een bemoedigend verhaal voor Maori’s. Maar alleen voor hen, of heeft de film ook ons iets te vertellen? Mij wel. In ieder geval in de zin de wetenschapper Laszlo het formuleert:

“Gewone mensen hebben steeds meer behoefte aan een betekenisvolle visie op de wereld en op hun bestaan. Is dit een onpersoonlijke wereld? Is alles wat gebeurt puur toeval? Of klopt het gevoel van veel mensen dat zij deel uitmaken van een groter geheel. Vanuit de wetenschap daagt er bewijs voor dat gedeelde gevoel. Van dat oude gevoel, vertaald in mythen, riten en symbolen van alle tijden en plaatsen, dat deel zijn van het bewustzijn van het universum. Alle bewustzijn, ook van planten, dieren, cellen, waar houdt het op? – is deel van het kosmisch bewustzijn. En het zijn de mystici, zieners, profeten en spiritueel leiders die ons dat keer op keer vertellen.”

Bron: Onderstaande tekst is de basistekst (d.w.z. niet de complete lezing) van de voor- en nabeschouwing bij de vertoning van Whale Rider op de zesde Dag van de Spirituele Film in theater Lux te Nijmegen (zondag 13 november 2004)

Voor meer informatie: zie IMDB.com.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.