Voices of Bam

Op 26 december 2003 maakte een aardbeving van 6,6 op de schaal van Richter de historische Iraanse stad Bam zo goed als met de grond gelijk. Meer dan 30.000 van de 100.000 inwoners lieten hierbij het leven. Een jaar later reisden documentairemakers Aliona van der Horst en Maasja Ooms erheen, om vast te leggen hoe de achterblijvers met het verlies en het verdriet kampen, terwijl het leven van alledag gewoon doorgaat.

Kevin Toma

Met zo’n introductie zou je gemakkelijk een film kunnen verwachten die als een lange reportage het ene interview na het andere aflegt met de betrokkenen: mannen, vrouwen en kinderen in close up op de bank, terwijl de maaksters of hun tolken buiten beeld relevante vragen stellen over hoe het was die nacht, wat er door hen heen ging, wat nu, hoe verder. En dan terwijl je de antwoorden hoort beelden van hun dagdagelijkse beslommeringen, de afwas, de markt, school, spelen met andere kinderen, een bezoek aan het graf van moeder, vader, man of vrouw. Een voice-over die een panorama van de verwoeste stad begeleidt met feiten over de hulpverlening: dat de wereld ruimschoots leek te willen helpen bij de noodhulp en wederopbouw van het gebied, maar dat het gebied er nu nog steeds verlaten bij ligt. Geschat wordt dat slechts vijf procent van de huizen daadwerkelijk zijn herbouwd. Veel mensen leven nog in tenten. Opium is voor de mensen van Bam een steeds belangrijker middel om de ellende te vergeten. En de wereld is Bam vergeten.

En dan hulpverleners die hierover klagen, terwijl je hen de handen uit de mouwen ziet steken zo goed en zo kwaad als het kan. Beelden die verontwaardiging oproepen bij de toeschouwer. Die hem of haar thuis subiet naar het giroboekje doen grijpen.

Maar dit is niet de film die Van der Horst en Ooms hebben gemaakt. Behalve de vermelding in de credits van een handvol feiten onthouden zij zich van elk commentaar. In plaats daarvan laten ze volledig het woord en beeld aan de mensen die nog leven en rouwen in Bam. En nee, geen shots van die mensen thuis op de bank thuis, het portret van hun geliefde op schoot: vaak blijven ze volledig buiten beeld en vertellen ze in de voice helder, huilend of fluisterend hun treurige verhaal. Met die stemmen heel dichtbij, soms zo dichtbij dat het verdriet bijna tastbaar wordt, zien we hen de afwas doen, naar de markt gaan, de draad weer oppakken.

Of we zien foto’s van feestjes, diners, momenten van gelukkig samenzijn – het enige tastbare wat er van de geliefden nog over is, zoals ook de machtige citadel van Bam alleen nog maar op foto’s bestaat. Duizenden negatieven, in Iran meestal door fotozaken bewaard, zijn na de ramp uit het puin opgegraven door de Iraanse fotografe Parisa Damandan en haar team: herhaaldelijk houdt een gehandschoende hand zo’n gehavend negatief voor de lens. Met die foto’s begon het ontstaansproces van Voices of Bam. Met Van der Horst en Ooms die in Bam foto en overlevende weer bij elkaar probeerden te brengen.

Behalve de foto’s zijn het de stemmen die tellen. De stemmen van de overlevenden, én die van de doden van Bam. Telkens weer richten de sprekers zich direct tot de gestorvenen, zoals ze de hele dag doen in hun hoofd. Waarom moest God net jou nemen, vragen ze. Wat voor een God is hij dat hij ouders van kinderen scheidt, en kinderen van ouders. Welke zonden hebben we begaan dat we dit verdienden? Hoe vind je het als ik ga hertrouwen? Alsmaar vragen waarop geen antwoord volgt – hoogstens in een droom. Van der Horst nam die brekende, gebroken of juist opmerkelijk beheerst klinkende stemmen op in haar hotelkamer, de taal niet machtig, terwijl de mensen met hun rug naar haar toe zaten. Alleen al aan de klank van hun stem kun je horen dat ze nooit werkelijk vrede met hun lot kunnen hebben.

In een van de beste fragmenten volgt de camera met een eindeloze take willekeurige voorbijgangers op straat, en telkens lijkt de microfoon hun treurwoorden op te pikken, de ene monologue interieur zwevend over de andere – tot een dik tapijt van stemmen is geweven. Op zo’n moment doet Voices of Bam eerder denken aan een poëtische film als Der Himmel über Berlin (Wim Wenders, 1987), met zijn gedachtenluisterende engelen, dan aan een documentair verslag van de nasleep van een humanitaire ramp. Zo poëtisch kan zo’n verslag dus zijn.

Een hoop vragen en antwoorden die een gewone, traditionele documentaire zou leveren, worden dus buiten beschouwing gelaten. Hoe kan de wereld Bam vergeten zijn, hoe kan het drie jaar na de ramp nog steeds zo slecht met de situatie aldaar gesteld zijn, wat zegt zoiets over de huidige stand van zaken in de internationale hulpverlening, enzovoort. Is Voices of Bam te mooi, te dromerig voor zijn onderwerp? Van der Horst en Ooms maken wel dat de ellende van Bam geen ver-van-mijn-bed-show meer is, geven de stad een gezicht. Bepaald geen geringe verdienste, hoe gehavend dat gezicht ook mag zijn.

Levensbeschouwelijke sleutelwoorden:

Ramp, rouw, Allah, islam, Iran

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.