|
Toy Story 3
Toy Story 3 (2010) krijgt terecht groot applaus van het bioscooppubliek. Net als deel 1 en 2 gaat ook nummer 3 over Andy, een jongen die volwassen moet worden. Dit volwassen worden wordt verbeeld door de afnemende afhankelijkheid van zijn speelgoed en omgekeerd, zijn speelgoed wordt steeds afhankelijker van Andy. Maar in deel 3 komt er nog iets bij: de makers van de Pixar Studio geven met deze film ook nog een cartoonesk commentaar op verschillende staatsvormen: feodalisme, liberalisme, kapitalisme en zelf fascisme worden scherp uitgetekend.
Frank G. Bosman
In Toy Story 3 keren alle bekende figuren terug, cowboy Woody, space ranger Buzz, cowgirl Jessie, meneer en mevrouw aardappelhoofd en de bange dinosaurus. De angst waar deel 2 al op speculeerde, wordt in deel 3 bewaarheidt: hun eigenaar Andy gaat naar de universiteit. Zijn speelgoed waar hij al lang niet meer heeft gespeeld, wordt na de zolder verbannen. Althans dat is het idee. In werkelijkheid gaan ze naar een kinderdagverblijf waar een gekrenkte roze teddybeer de scepter zwaait. Naast thema van het volwassen-worden (van Andy) en loyaliteit (van het speelgoed ten opzichte van Andy) geven de makers in deel 3 nu ook een vette knipoog naar de politieke filosofie. Er komen vijf staatsvormen voorbij die stilzwijgend van commentaar worden voorzien. Steeds krijgt de mens/baas/eigenaar de rol van de staat en het speelgoed vertegenwoordigt 'het volk'.
Feodalisme
De film begint met een situatie van klassiek feodalisme, zoals dat ook in deel 2 en 3 gold. Andy is de absolute vorst van zijn onderdanen, die hij letterlijk als lijfeigenen beschouwt. Hij deelt zijn gunsten willekeurig uit, maar trekt ze even makkelijk in. In deel 2 werd zijn all time favorite Woody (de cowboy) probleemloos vervangen voor Buzz Lightyear (de space ranger). Als absolute monarch beslist Andy ook over de rol die zijn onderdanen moeten vervullen. Het speelgoed heeft niets in te brengen, maar moet zich voegen naar de grillen van de speelkamervorst. Andy’s speelgoed heeft zelfs een brandmerk zoals vroeger slaven dat kregen: onder hun voet staat Andy’s naam geschreven. Andy is wel wat wispelturig maar gelukkig ook een goeie jongen. Zijn poppen hebben het goed bij hem en zijn hem daarom trouw. De loyaliteit van zijn onderdanen aan Andy is het belangrijkste ingrediënt van deel 2 en 3. Het speelgoed doet alle moeite om bij Andy terug te keren. De loyaliteit aan de heerser is sterker dan het gevoel van eigenwaarde, wat juist exclusief versterkt wordt door de ervaren eigendomsband met de heerser.
Afgeleide eigenwaarde
In deel 3 worden de paar speelgoedstukken die nog over zijn in Andy’s kamer zenuwachtig van zijn plannen om naar de campus van de universiteit te verhuizen. Wat zal er immers met hen gebeuren? Er zijn drie eenvoudige opties: ze worden weggegooid, ze worden gedoneerd aan andere kinderen of ze verdwijnen op zolder. Optie één en twee lijkt de speelgoedpoppen wel een fijn idee, want zo worden ze tenminste weer de lijfeigenen van een andere heerser (kind), die zich weer om hen zal bekommeren. Woody en consorten zijn namelijk niet boos op Andy dat hij ze zo verwaarloosd heeft na zoveel jaar trouwe dienst, maar verdrietig omdat ze nu ‘hun waarde’ verloren hebben. Nogmaals: de eigenwaarde van de poppen is een afgeleide waarde, namelijk die hun eigenaar hen verleent.
Kapitalisme
Per ongeluk komt het speelgoed bij een kinderdagverblijf op de hoek terecht. Opgewacht door de roze teddybeer Lotso (afkorting voor Lots-o’-Huggin’ Bear) maken ze kennis met een geoliede maatschappij. Lotso schetst de nieuw aangekomen speelgoedstukken de hemel op aarde. Voor elke verdwijnende klas kinderen komt een nieuwe in de plaats, waardoor “winstmaximalisatie” voor de poppen wordt bereikt. Woody, Buzz en de andere kijken hun ogen uit naar de weelde: massagetafels, reparatiewerkbanken: het verloren speelgoed paradijs! Uiteindelijk vallen de poppen (op Woody na) voor de verleidingen van deze rijkdommen en werpen zichzelf de ketenen van hun lijfeigenschap op.
Schijnparadijs
Helaas blijkt het paradijs maar schijn. De poppen komen er snel achter dat Lotso het kinderdagverblijf runt als een despoot. Bovendien dwingt hij Buzz Lightyear voor hem te werken door zijn programmatuur te resetten. De nieuw aangekomenen moeten de weelde van het paradijs eerst verdienen door een langdurig verblijf in het lokaal waar de jongste kinderen spelen. Deze jonkies gaan niet bepaald zachtzinnig met het speelgoed om. Een vluchtpoging wordt echter verijdeld en de poppen worden door Lotso en de ‘gehersenspoelde’ Buzz opgesloten en bewaakt. Ondertussen houdt een klapaapje iedereen via het videobewakingssysteem in de gaten. Het kinderdagverblijf krijgt de trekken van een strafinrichting.
Fascisme
De poppen zijn weliswaar geen lijfeigenen meer, in de zin dat ze aan een ander persoon toebehoren, maar hun vrijheid hebben ze nog niet. Ze moeten zwoegen en beulen om hoger op te komen in de maatschappij, vaak met gevaar voor eigen leven. Bij Andy hadden ze nog een liefhebbende despoot, maar Lotso bekommert zich in de beste dictatoriale traditie alleen om zichzelf. Met deze bijna naadloze overgang van kapitalisme naar fascisme geven de makers van Pixar een indirect maar kritisch commentaar. Het extreme marktkapitalisme lijkt vol kansen, uitdagingen en gelukskansen te zijn, maar dan alleen voor hen ‘die het gemaakt hebben’. Voor mensen die aan de onderkant van de maatschappij verkeren, bijvoorbeeld omdat ze net in het Land van de Amerikaanse Droom (of Europa) zijn aangekomen, blijkt het Mekka de hel.
Liberalisme
Woody intussen is niet in het kinderdagverblijf gebleven, maar probeert tevergeefs Andy terug te vinden. Hij valt per ongeluk in handen van Bonnie, een zachtaardig meisje met veel fantasie en energie. In eerste instantie wil Woody terug naar Andy, maar uiteindelijk kiest hij ervoor bij haar te blijven. Op het eerste gezicht lijkt er niet veel verschil te zijn tussen Bonnie en de jonge Andy: de spelletjes zijn hetzelfde, net als het enthousiasme, maar er zijn subtiele verschillen. Bonnie haalt Andy’s ‘merkteken’ niet onder de voeten van de poppen weg: het valt haar niet eens op, laat staan dat ze haar nieuwe aanwinsten zelf gaat ‘brandmerken’. Door Bonnie’s actieve fantasie wisselen de poppen snel van identiteit en karakter. Een van speelgoedstukken die al langer bij Bonnie ‘woont’, zegt dan ook dat je ‘alles kunt zijn bij Bonnie. Hierdoor lijkt Bonnie het midden te houden tussen de liefdevolle lijfeigenschap van Andy en het gevoelloze social climbing van Lotso. Pixar becommentarieert dus verschillende staatsvormen in Toy Story 3, met als conclusie: liever het liberalisme bij Bonnie dan het kapitalisme bij Lotso en het feodalisme van Andy.
|