There Will Be Blood

De eerste beelden van Paul Thomas Anderson’s There Will Be Blood (2007) tonen het landschap van New Mexico in 1898  onder de verzengende zon en op de achtergrond een geluidsmuur van zenuwachtige snareninstrumenten. De sfeer die de combinatie van deze beelden met dit geluid neerzet houdt aan tot het einde van de film.

Scott Clyburn

Het hoofdverhaal gaat over de opkomst en het verval van Daniel Plainview (Daniel Day-Lewis), een pakkende anti-held die in de bodem van het ongenadige westen met onvermoeibare vindingrijkheid op zoek is naar delfstoffen. In de openingsscène hakt hij zonder enige hulp van anderen met een pikhouweel in op het rotsachtige binnenste van de aarde. Maar al gauw zien we hem rondlopen met zijn aangenomen kind, de rustige jonge H.W., een strategie waarmee hij de boorrechten tracht te ontfutselen aan boerengemeenschappen door zich ‘anders dan andere oliemannen’ een ‘echte vader’ te tonen. Later, als hij zich inmiddels in de diepten van zijn eigen aftakeling bevindt, is hij schaamteloos open over deze tactiek. Hij jaagt de volwassen H.W. weg door hem na te schreeuwen met een houten, door whisky en tabak getekende stem: “Bastard from a basket! Basterd from a basket!”

Familie en verraad

Het thema ‘familie en verraad’ loopt door het hele verhaal. Wanneer H.W. zijn gehoor verliest tijdens een ongeluk met een boortoren, weet Daniel niet hoe met dit verlies moet omgaan, dus laat hij hem in de steek door hem naar een kostschool voor dove kinderen te sturen. En even later komt er een werkzoekende man op te proppen, die zich voordoet als Henry, Daniel’s broer die hij lang geleden uit het oog is verloren. Als Daniel het bedrog ontdekt neemt hij snel en kil wraak. Maar door de komst van de man krijgen we een kort ogenblik in de film zicht op dat kleine beetje gevoeligheid dat ergens diep van binnen zit bij Daniel. In het dagboek dat de man achterlaat, en ooit aan de echte Henry Plainview behoorde, vindt hij een foto van hemzelf als kind. Hij huilt wroeging en verwarring over zijn verloren onschuld, zijn wegebbende menselijkheid.

Olie en geloof

Naast het hoofdverhaal loopt een subplot, dat de strijd onthult tussen Daniel en een plaatselijke predikant, Eli Sunday (Paul Dano). In 1911 ontdekt Daniel, dankzij een tip van Eli’s tweelingbroer, een onontgonnen stuk land waar nog niet naar olie is geboord. Daniel ruikt een buitenkans. Maar Eli wil, om zijn jonge geloofsgemeenschap te promoten, een graantje meepikken van de publieke belangstelling die door de ontdekking van de olie is ontstaan. Net zoals Daniel H.W. gebruikt voor zijn doeleinden, zo gebruikt Eli het vertrouwen dat zijn gemeente stelt in zijn geestelijk leiderschap als kapitaal om zijn macht te onderbouwen en uit te breiden. De hele film door doen Eli en Daniel niet voor elkaar onder in de manier waarop zij macht en prestige verwerven door de mishandeling van hun “familie”.

Verlossing

Eli en Daniel zijn roekeloos op zoek, ieder op hun eigen manier, naar hun verlossing. De verlossing ligt voor Daniel in datgene wat hem uiteindelijk vervreemdt van alle andere mensen, zelfs van zichzelf. Olie en het verwante stroperige bloed zijn symbolen voor twee twijfelachtige heilige gralen, de middelen die leiden tot valse verlossing. De magische maar macabere scènes waarin Day-Lewis and Dano  misbruik maken van elkaars zwakke punten behoren zeker tot de meest boeiende uit de 21e eeuwse film. Eerst is er de rauwe doopdienst waarin Eli Daniel dwingt te smeken om het ‘bloed van de vergeving’. Eli dwingt Daniel steeds zijn smeekbede te herhalen en maakt voor ons opnieuw een zweem van zachtheid bij hem zichtbaar. Op wonderlijk wijze veranderen de gelaatsuitdrukkingen van Day-Lewis van verachting naar berouw en als hij  zijn plaats in neemt in de geloofsgemeenschap wordt hij verwelkomd als ‘broeder Daniel’. Maar in de slotscène bewijst broeder Daniel een wederdienst: hij dwingt Eli zijn geloof af te vallen met hetzelfde vuur als waarmee hij het zo vaak verkondigde. Het gevolg is een bloedstollende belijdenis van twijfel: “Als ik de hand des Heren kon vastpakken om hulp van Hem te krijgen dan zou ik het doen. Al die mysterie die Hij aan ons voorlegt en wij maar wachten, en wij maar wachten op Zijn woord!”

Theologisch complex

De liturgische betekenis van deze scènes lijkt duidelijk. Anderson vraagt aandacht voor het belang van herhaling bij het scheppen van geloof. Als je iets maar vaak genoeg zegt, dan wordt het van zelf waar. Je zou een sterke kritiek op het fundamentalisme in deze aanpak kunnen zien, maar de regisseur blijft ver uit de buurt van een finaal oordeel. In de belijdenis van Eli zien we de authentieke woedende worsteling van een gelovige met teleurstelling, niet een eenzijdige karikatuur van fanatisme. Zoals eerder in het werk van Anderson (bijvoorbeeld de te letterlijke interpretatie van de Egyptische plagen uit Exodus 8 in de film Magnolia) ontvouwt There Will Be Blood een wereld vol van Bijbelse gebeurtenissen. Profetieën worden vervuld; de zonden van de vaders worden verhaald op hun zonen; bloed scheidt de uitverkorenen van de verworpenen. Vindt Daniel uiteindelijk tastbare verlossing? Hoewel de laatste woorden van Daniel doen denken aan de woorden van Christus aan het kruis, blijft het antwoord net als het geloof van Eli gehuld in twijfel. Maar we moeten ook niet meer verwachten. We zouden eerder blij moeten zijn dat in een wereld waar velen leven en denken in nieuwsflitsen, Hollywood een theologisch zo complexe film heeft voortgebracht.

Deze recensie verscheen eerder in The Journal of Religion and Film (vertaling Rolf Deen)

Meer over There Will Be Blood op cinema.nl

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.