Rosetta

Zelden heeft een film me zo aangegrepen als Rosetta (1999) , gemaakt door het Waalse cineastenduo en broers Luc en Jan-Pierre Dardenne. Ik was alleen naar de bioscoop gegaan en dat had ik niet moeten doen. Na afloop liep ik moederziel alleen rond en had niemand om tegen aan te praten, of liever tegen aan te vloeken. Twee volstrekt tegenstrijdige gevoelens kregen om beurt de boventoon: aan de ene kant was ik euforisch over het feit dat er nog zulke bewonderenswaardige mensen blijken te zijn als Rosetta, aan de andere kant was ik uitermate droefgeestig (een beter woord is er niet) over het feit dat onze maatschappij iemand het leven zo uitzichtloos kan maken. De blik van Rosetta op het einde van de film is zo onuitsprekelijk droef en tegelijkertijd zo onuitsprekelijk vol van verlangen dat je uit de grond van je hart hoopt dat de mythe van de doos van Pandora toch alsjeblieft waar mag zijn, en dat onderin, nadat er niets dan rampspoed aan ontsnapt is, er toch nog één goede gave mag blijken in te zitten, de hoop!

Tjeu van den Berk

De film vertelt geen verhaal. Dat zou ook te mooi geweest zijn, een verhaal met begin een eind. Hij gaat juist over een persoon die op geen enkele manier op verhaal kan komen. We zien slechts scènes uit een leven dat nog maar één verlangen kent: overleven! Al in de eerste beelden is het raak. We kijken op de rug van een meisje van ongeveer 16 jaar. De camera zit als het ware aan haar huid gekleefd. Ze raast als een bezetene door de gangen van een bedrijf. De schokschouderende camera heeft alle moeite om bij te blijven maar zit haar zo op de hielen dat we haar hijgende ademhaling horen. Het is bijna genant. Deze furie blijkt op zoek te zijn naar de chef, die haar, volstrekt ten onrechte, zo juist ontslagen heeft. Als ze hem gevonden heeft, bijt ze zo van zich af, dat hij letterlijk van angst de benen neemt. Ze is ook des duivels. De bewakingsdienst moet haar naar buiten sleuren hetgeen geen sinecure is want ze grijpt zich vast aan ijzeren kasten die met donderend geraas wegschuiven en omvallen. Wat is hier in godsnaam aan de hand? Je bent niet op het spoor van een mens maar op dat van een dier, een dier dat blijkbaar in een jungle een strijd voert op leven en dood. Haar gevecht is overigens uitzichtloos.

Sleutelscene


De eerste scène blijkt een sleutelscène te zijn. Wij en zij worden er in gegooid en vatten eigenlijk niet wat ons overkomt. We zijn niet in staat afstand te nemen van wat er gebeurt, we zien slechts achter elkaar gemitrailleerde facetten van een gebeuren waarvan de zin ons ontsnapt, zowel aan ons als aan haar. Blindelings slaan we ons erdoor heen. De karakters blijven steeds een kern houden die niet te vatten is. Er wordt ons ook niets uitgelegd, juist niet. Waarom zij geen vader heeft, waarom zij alleen woont, waarom ze op die camping terecht zijn gekomen. Zo is het nu eenmaal. Het dondert niet meer waarom dat allemaal het geval is, het is blijkbaar een kwestie van leven of dood geworden. Natuurlijk zal er wel een reden zijn maar wat schieten we ermee op. ‘Er zitten veel gaten in het gehele plot.’ zeggen de broers Dardenne. ‘Hoe minder we vertellen over een karakter, des te sterker is de aanwezigheid ervan. We laten steeds plekken open voor de toeschouwer.’ De film is één grote blinde vlek in onze maatschappij.

Instinctmatig overleven

Rosetta’s leven is tot een minimum aan bestaansmogelijkheden gereduceerd. En er zit niets anders op dan uiterst nauwkeurig dat smalle bestaan in stand te houden, anders valt er niet te overleven. Zij leeft een nomadebestaan, een soort mens, dat net het dierlijk stadium ontgroeid is. Zij is jaagster en opgejaagd dier tegelijk. Met het meest basale in haar leven gaat ze heimelijk om, vol wantrouwen bewaakt zij haar territorium en houdt zich zo in leven: het belangrijkste voor de nomade die door de woestijn trekt, is water; steeds vult ze haar fles bij. En verder voedsel in zijn primitieve vormen: een ei, een vis. Uiterst tekenend voor haar bestaan zijn de pieren die zij uit de modder haalt. Is ze zelf geen aardworm?

In het bos

Zij beweegt ook als een dier als we haar, na haar ontslag in de openingsscene, schichtig een grote autoweg zien oversteken en in een bos verdwijnen. Midden in dat bos knielt ze neer bij een gresbuis die een eind in de grond is gestoken. Ze haalt een steen voor de ingang weg , trekt haar werkschoenen uit, verwisselt die voor een paar campinglaarzen die in de buis verborgen liggen, stopt haar schoenen erin en banjert het bos verder door tot ze bij een afrastering komt. Deze bosscène zullen we nog verschillen keren zien. Vele van haar handelingen hebben iets van een bezwerend ritueel. Ze leeft instinctmatig geconditioneerd.

Ze overleeft op een camping. Daar hebben haar moeder en zij tijdelijk een caravan gehuurd. Een overwinteringsplek die weinig menselijks heeft. In de zomer zullen ze er wel weer uit moeten. Het is daar een troosteloze bende. In dit kale landschap moet zij haar eigen ‘holen’ en ‘vluchtheuvels creëren, zelf haar eigen ‘levensbronnen’ aanboren: een doosjes met vishaken, een doosje met pieren, gasflessen, eierdozen en flessenvallen.

Zelf eten vangen

Er staat natuurlijk geen eten klaar voor Rosetta klaar als ze thuiskomt, maar ze sterft nog liever dan het geld dat haar moeder ‘op haar rug’ verdiend heeft aan dat eten te besteden. Zij gaat letterlijk zelf uit vissen. Aan de rand van een vervuilde poel heeft ze tussen het riet een ingenieuze vissenval verborgen. Ze steekt de wormen aan een ijzerdraad, die ze door de hals van een fles steekt waarvan de bodem is afgeslagen. Hoe het precies werkt, ik kon het zo vlug niet zien (alle handelingen worden ook in een razend snel tempo, op een bezeten manier verricht) maar opeens blijkt ze zowaar een forel gevangen te hebben! Zij beweegt zich tussen haar holen, buizen en vallen als een bezetene, irrationeel, dierlijk sluw. De handelingen worden dwangmatig uitgevoerd, het zijn geconditioneerde reflexen, ingeoefende automatismen. Er mag hier geen kink in de kabel komen, anders valt alles in elkaar. Ze moet die ene vis, dat ene ei hebben om in leven te blijven, zij moet dat ene paar schoenen sparen. Angst en woede houden haar er boven op.

Adem

Een maand lang waren de regisseurs de gebroeders Dardenne met de actrice in de weer om al haar gedragingen op de automatische piloot te krijgen, zodat haar overlevingssysteem er in geheid was. Overleven is het enige dat nog telt, leven is haast niet aan de orde. Alle symbolen van leven en nieuw leven staan onder spanning. Het water waarin ze vist is vreselijk vervuild, het ei dat ze eet moet telkens in het water ondergedompeld worden om te weten of het niet vuil is, haar buik, het symbool van vrouwelijk nieuw leven, luidt zware pijnen, menstruatiepijn kan men vermoeden. De enige warmte die zij heeft is die van een föhn. Een onwaarschijnlijk beeld van trieste eenzaamheid. Ze snakt letterlijk naar adem de hele film door. En waar haar de gewone lucht ontbreekt, ze niet op adem kan komen, ziet ze nog maar een uitweg, de giftige lucht het gas. Zij komt totaal niet aan leven toe, laat staan aan een dansend leven.

Ouderloos kind

In La Promesse de film van de gebroeders Dardenne die voorafgaat aan deze, neemt een vijftienjarige jongen afstand neemt van zijn gewetenloze vader. Rosetta is het verhaal van een zestienjarig meisje dat zich moet zien te ontdoen van een gedesillusioneerde moeder die naar de eigen woorden van de dochter nog maar twee verdovende middelen in dit ondermaanse zijn overgebleven: ‘zuipen en neuken’. De moeder vecht niet meer tegen dit soort leven maar ontvlucht het in de kunstmatig opgewekte roes. Ze verbloemt het letterlijk als we haar bezig zien met het planten van een paar bloemetjes rond hun woonwagen. Rosetta rukt de plantjes uit de grond en schreeuwt haar moeder toe: ‘We blijven hier niet!’ Er staan ons nog hartverscheurende scènes te wachten wat de ‘relatie’ tussen deze twee mensen betreft. De meest aangrijpende is wel wanneer Rosetta probeert haar laveloze moeder mee te trekken naar de caravan. Deze rukt zich los, en tijdens de worsteling die ontstaat, valt Rosetta in de poel smerig water. De bodem blijkt uit drijfzand te bestaan en langzaam zakt het meisje in het slib weg. Ze roept haar moeder te hulp maar die holt weg en heeft geen enkel oog voor haar kind dat wegzinkt in de moerassige bodem. De scène is zo realistisch gefilmd dat zij surrealistisch wordt, het is een icoon van de hele film. Een kind dat hevig strijdt om het hoofd boven water te houden, het water waar haar ‘moeder’ haar insmijt en die geen enkele helpende hand uitsteekt. De

Mens ondanks je ouders

De Vlaamse filosoof en filmkenner Sylvain de Bleeckere heeft deze film perfect als volgt gekarakteriseerd: ‘In hun magistraal filmportret brengen de broers Dardenne een onvergetelijke hulde aan al die anonieme jongeren die vandaag – ondanks hun ouders – mens willen worden.’ Rosetta is zoals de gospel zegt ‘a motherless child’. De enige normale ouderfiguur in de film, stellen de broers in een interview, is de wafelbaas. Bij hem is de enige scène waarin ze wat leert, waar ze luistert, aandacht heeft. Hij is de enige persoon die zij respecteert, en die ze aankijkt als een kind! De rest van de film mag ze geen kind zijn. Hij heeft een relatie met haar waarin ze werkelijk iets ontvangt, waarin ze kind mag zijn. Dit kind heeft geen liefde ontvangen, en weet daarom in feite ook geen liefde te geven. Als ze indruk op de jongeman Riquet maakt, dan gebeurt dat haars ondanks. Zij heeft geen verlangen naar hem, laat staan dat ze zich bewust is van enige erotische kracht. Zij trekt juist een broek aan als ze Riquet bezoekt. Zij wil en kan geen vrouwelijke charmes ontplooien, daar is ze nog lang niet aan toe.

Rosetta beroert en ontroert ons

De film vertelt ons, althans we hopen dat dit op het einde het geval is, dat deze neerwaartse spiraal van een jong leven, doorbroken gaat worden van buitenaf, niet van binnenuit want dat laatste lijkt onmogelijk. Er gebeurt dan wat Rosetta waarschijnlijk niet voor mogelijk hield, namelijk dat iemand werkelijk om haar geeft ondanks alles! Een ontroerende scène in de film is uiteraard die waarin zij een tafel en een bed vindt bij Riquet. Het is één van de weinige scènes waarin Rosetta ons ontroert. In de andere scènes beroert ze ons meer als dat ze iets teders bij ons oproept. Rosetta beleeft dan een werkelijk troostvol moment maar beseft het eigenlijk nog niet ten volle. Dat gebeurt pas als zij de calvarieberg helemaal bestegen heeft en haar eigen kruis in de vorm van een gasfles draagt. Het heeft er op die avond namelijk even alle schijn van dat ze werkelijk een kussen gevonden heeft om haar hoofd op neer te leggen (de broers maken in een interview zelf de vergelijking met Jezus die geen steen had om zijn hoofd op te leggen), dat ze zowaar een baantje heeft, ja, ze heeft zelfs een vriend die haar verrast met een heuse maaltijd met bier in plaats van water.

Rosetta lacht

Maar ze blijft nog steeds op haar hoede. Met een dierlijke gulzigheid laat zij het zich welgevallen. En we horen de eerste keer, en naar later zal blijken de enige, muziek in de film. Onbeholpen zijn de klanken nog, maar het zijn de eerste stamelende klanken van een jonge man die hoopt daarmee een brug te slaan, letterlijk op het drumstel te slaan, naar haar. Het zijn ritmische schoksgewijze ontboezemingen, met nog weinig maatgevoel, en zeker zonder melodie. Riquet probeert haar in een andere wereld te brengen waarin iets van hartelijkheid, van toenadering, ja misschien ook van onbeholpen erotiek ontstaat. Hij gaat voor haar op zijn hoofd staan. En warempel, ze lacht. Dat wil heel wat zeggen in haar leven waarin er weinig te lachen valt.

Riquet en Rosetta

Riquet voelt op een of andere wijze aan dat hier een authentieke vrouw voor hem staat, iemand van goud, die hem op een of andere wijze verbaast en overweldigt. Zelfs wanneer ze hem verraadt omwille van een baan blijft hij op een onbegrijpelijke manier haar nabij. Misschien heeft hij een grote bewondering voor haar recht-door-zee-houding, haar moed, haar rechtvaardigheidsgevoel ook al is hij daar het slachtoffer van. Hij laat haar niet meer met rust, op allerlei bizarre manieren ontregelt hij juist haar ontregelde leven, hij is de volstrekt onverwachte ridder op de knetterende brommer. ‘Hier ben ik…ondanks alles!’ De acteur die de rol van Riquet speelde, zei tegen de broers Dardenne: ‘Waarom moet ik dit allemaal doen? Ben ik dan zo stom.’ In een bepaald opzicht ben je een idioot ja, maar je bent ook weer niet een dwaas. Je bent daar gewoon en je helpt haar, hoe stom dat misschien ook mag wezen. ‘Zalig de armen van geest!’

Behoeftepyramide van Maslow

Je in leven zien te houden en werk te vinden, ziedaar de twee grote behoeften van het meisje. Toen ik de eerste keer deze film zag, moest ik denken aan de beroemde motivatietheorie van Abraham Maslow. Thuis gekomen, zocht ik meteen weer zijn boeken op. Menselijke behoeften zijn volgens Maslow gerangschikt in een hiërarchie, en wel zó dat een bepaalde behoefte pas verschijnt als behoefte als een andere, meer basale eerst bevredigd is. Pas wanneer het lagere bevredigd is, zal er bij een mens uitzicht zijn naar het hogere.

Maslow onderscheidt zo vijf behoeftenniveaus. Primair zijn daar de fysiologische behoeften, zoals voldoende zoutgehalte, suikergehalte, proteïnegehalte van het bloed. Een wezen dat nog nooit een volle maag heeft gehad, kan aan niets anders denken dan dat een volle maag het volledige geluk zal geven. Pas in een later stadium wanneer aan die behoefte voldaan is, komt het bewustzijn pas op gang dat menselijk welbevinden wellicht meer betekent dan alleen de honger stillen.

Behoefte aan liefde

Wanneer de hongerbehoeften bevredigd zijn, treden volgens Maslow de zekerheidsbehoeften aan de dag: de behoefte gevrijwaard te zijn van pijn of angst, de behoefte aan regelmaat, het gevoel te leven in een voorspelbare, ordelijke wereld, behoefte aan een regelmatige werkkring, bescherming tegen misdaad enzovoort. Met name onrechtvaardigheid en regelloosheid bij ouders maken het kind onzeker, stelt Maslow. Vervolgens en pas op de derde plaats komen aan de beurt de liefdesbehoeften, waaronder de behoefte ergens bij te horen, behoefte voelen aan vrienden en vriendinnen, aan een geliefde, aan kinderen. Bij de meeste mensen, schrijft Maslow beginnen hier de grote frustraties, daar de eerste twee behoeften bij velen in het westen wel bevredigd worden.

Behoefte aan werk

Behalve dan voor Rosetta! Want het ontgaat ons niet, hoe zeer voor Rosetta juist nog de onvoldaanheid heerst op de twee eerste niveaus. Zij is juist op het fysiologische niveau en op het zekerheidsniveau fundamenteel gefrustreerd. Het is voor letterlijk nog van levensbelang dat ze voldoende eiwitten naar binnen krijgt en op het niveau van zekerheden is bij haar vrijwel alles nog onzeker in haar leven: zij heeft maar amper een dak boven haar hoofd, zij is absoluut niet gevrijwaard van pijn, er bestaat geen enkel regelmaat in haar leven, haar moeder geeft haar geen enkele geborgenheid, en last but not least omdat dit het centrale thema van de film is, ze heeft geen werk. Één van haar meest fundamentele behoeften is: betaald werk zien te krijgen.


Werk of geen werk

De regisseurs stellen: ‘Werk hebben of werkeloos zijn, dat is de oorlog die mensen heden ten dage te voeren hebben. Werkeloos zijn als je wilt werken betekent uit de maatschappij gebannen worden, betekent geen richtingwijzers meer hebben, je innerlijke structuur kwijt raken, niet weten waar je een plaats hebt om te leven. Werk betekent verplichtingen en rechten. Als je niet werkt, heb je geen rechten. Werk wordt iets zeldzaams en je moet het veroveren op iemand anders.’ Geen zwart werk, geen liefdadigheidswerk, geen fooien toegeworpen krijgen, nee gewoon normaal werk. Dat is toch niet teveel gevraagd wel? Ze voelt instinctief aan dat dit essentieel voor ieder mens is en dat al het andere haar dan wel zal toevallen Werk betekent zelfrespect en respect van anderen, de absolute eerste voorwaarde om haar nomadebestaan op te doen houden. Betaald werk hebben, daar heeft ze alles voor over, daar zet ze alles voor op het spel. Werk of geen werk betekent: to be or not to be, en dit betekent weer voor haar: to kill or not to kill! Komt er zo in het midden van de film zowaar iets van een vriend opdagen, ze zal die tot tweemaal toe meedogenloos opofferen aan haar wens om werk te vinden. Zeer pijnlijk is de scène waarin ze overweegt om hem te laten verdrinken in de modderpoel waar ze zelf in weg zakte. Ze zal hem later ook onbarmhartig verraden. ‘Onbarmhartig’ is echter niet het juiste woord. Op een of andere wijze laat je als kijker je morele overwegingen thuis. Je speelt het gewoon niet klaar dit meisje hartgrondig te veroordelen. Dat komt volgens mij omdat ze zich beweegt op het dierlijke niveau van doden of gedood worden. Het is net of ik naar een dierenfilm zat te kijken. Je veroordeelt een tijger niet als hij een luipaard verslindt. Leven volgens onze morele kwalificaties zou voor Rosetta de dood betekenen. Natuurlijk mag zij dus een ‘brood stelen’!

Behoefte aan liefde

Het mag daarmee duidelijk zijn dat dit jonge meisje nog lang niet aanbeland kan zijn op het derde niveau van behoeften, namelijk die aan liefde. De ander, het andere, de wereld, ja alles ziet zij als een gevaar dat haar niet in staat stelt aan haar eerste twee behoeften te laten voldoen, ja die zij eraan wil opofferen. Je mag hopen op het einde van de film dat Riquet in staat is haar op dat derde niveau open te breken. Dat zal hem alleen maar lukken wanneer Rosetta op de twee eerste niveaus, tezamen met hem, haar fysieke krachten en bestaanszekerheden weet op te bouwen.
En dan pas mogen we hopen dat de twee volgende niveaus van behoeften aan bod mogen komen: namelijk die aan waardering (d.w.z zelfrespect en achting van andere mensen), en de behoefte aan zelfactualisatie (d.w.z. worden waartoe men in staat is).

‘ Lieben und arbeiten’

Toch stellen we vast dat het lijkt of dit meisje op een wonderbaarlijke wijze de behoeften-hiërarchie van Maslow ook aan de kaak stelt. Want op één of andere wijze is het juist steeds uit zelfrespect dat zij handelt en uit onverklaarbare bronnen weet zij een authentieke liefde te puren voor haar moeder. Op het einde echter laten haar echter deze hogere waarden ook in de steek. Er is blijkbaar geen beginnen aan en lijkt het erop dat Maslow toch gelijk heeft: er is ten diepste geen mogelijkheid tot zelf-ontplooiing als onze meest basale behoeften nier erkend en gevoed worden. Toen men aan Freud vroeg wanneer volgens hem een mens gelukkig was, antwoordde hij dat aan twee voorwaarden voldaan moest zijn: ‘Lieben und Arbeiten’ Rosetta ontbeert beide te enenmale. Ze wordt liefdeloos bejegend en moet werkeloos toezien.

Slapen als een roos

Ze heeft van beide echter wel een voorgevoel gekregen op die gedenkwaardige avond bij Riquet. Maar ze voelde toen ook aan hoe breekbaar en teer dit gevoel was en ze probeerde het te bezweren (ze bezweert alles in de film) in een soort mantra, bang dat dit alles haar weer zal ontvallen. ‘Jij heet Rosetta. Ik heet Rosetta. Jij hebt werk gevonden. Ik heb werk gevonden. Jij hebt een vriend gevonden. Ik heb een vriend gevonden. Jij hebt een normaal leven. Ik heb een normaal leven Je zult niet meer in een gat vallen. Ik zal nooit meer in een gat vallen. Welterusten. Welterusten.’ En voor die nacht in ieder geval zal Rosetta haar naam eer aan doen en slapen als een ‘roosje’! Laten we hopen dat de gratuïte rijkdom die zij van Riquet heeft gerkegen, zijn naam betekent rijkdom, werkelijk tot zelfonploooing mag komen.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.