|
The Road
“Rustig, het is maar een aardbeving”. Wie zou het nog uithouden in een wereld waar een vader zijn zoon dit ’s nachts als geruststelling toefluistert? In een wereld waar twee kogels, een voor jezelf en een voor je kind, de enige vorm van zelfbeschikking lijken te zijn? ‘The Road’ (2010) voert je binnen in zo’n wereld. In de hele serie post-apocalytische films die Hollywood de laatste jaren over ons uitstort, stelt ‘The Road’ het meest persoonlijk de vraag: hoe zou ik me zelf gedragen na ‘de ramp’?
Rolf Deen
Het filmverhaal is trouw aan de gelijknamige roman van Cormac McCarthy. Tegen het decor van een niet nader omschreven apocalyps ontmoeten we een man (Viggo Mortensen) en een jongen (Kodi Smit-McPhee), beiden zonder naam want namen zijn in deze wereld een luxe. Vader en zoon zijn overlevenden in een niet ondenkbare toekomst waarin de natuur sterft, branden woeden, schoon water zeldzaam is en de lucht zwaar is van as. Wie geen kannibaal of aaseter is, leeft van afval en dode insecten.
Naar de kust
De twee zijn op weg naar de kust die om een of andere reden een bron van hoop is, misschien omdat de lucht er schoner is of dat er meer voedsel voorhanden is? Alleen de man weet nog hoe het was toen de bomen groen waren, de heesters bloeiden, de zon scheen en de piano nog klanken voortbracht en ziet dat steeds in zijn dromen. De jongen kent alleen de postapocalyptische wereld van nu waarin hij samen met zijn vader een leven probeert te leiden dat net iets meer is dan voorkomen dat je sterft.
Vader-zoon
Regisseur John Hillcoat en scenarist Joe Penhall vertalen alle vragen die je kunt hebben over zo’n situatie naar de microkosmos van de vaderzoon relatie. Daarmee is de film niet alleen trouw aan de roman van Cormac McCarthy maar zelfs aan het moment dat hem inspireerde om ‘The Road’ te schrijven. De auteur was op reis door een onherbergzaam gebied. Hij kon ’s nachts de slaap niet vatten en keek door het raam van de motelkamer naar het kale landschap buiten. Zijn zoontje van vijf lag naast hem te slapen. Toen kwam de gedachte bij hem op: Ik ben een oude man en binnenkort is het mijn tijd. Hoe zal ik dit kind ooit kunnen achterlaten?
Fundamentele vragen
Verschillende andere fundamentele vragen komen uit dit drama naar voren en worden soms letterlijk door de filmpersonages gesteld. Een oude halfblinde man (Robert Duvall), met de betekenisvolle profetennaam Eli, die zij op hun tocht tegenkomen, beantwoordt de Godsvraag van de vader met: “Als er een God zou zijn, zou hij ons de rug toekeren. Degene die de mensheid heeft gemaakt, zal hier geen menselijkheid meer vinden.” Welke waarden blijven overeind als je moraal door voortdurende overlevingsdrang en levensangst meer en meer erodeert? Hier is het de zoon met zijn jeugdige onbevangenheid die de vader behoedt voor het verlies van zijn menselijkheid.
Zwaar
Onder extreme omstandigheden krijgen alle woorden en handelingen extra lading, alsof het om de laatste hap van een galgenmaal gaat. Omdat vader en zoon, noch wij als kijkers, weten waar de weg naar toe leidt, kan iedere scene een teken hoop zijn of een voorbode van het definitieve einde. Dat maakt het kijken naar deze film wel zwaar. Tal van krachtige scènes zijn er te zien, vol met verwijzingen naar een verloren religieuze context.
Gebed
In een stormschuilkelder vinden de man en de jongen een noodvoorraad voedsel. Als ze zich aan allerlei blikvoer te goed hebben gedaan vraagt de jongen wie hij moet bedanken. De jongen zegt een soort dankgebed voor de voormalige eigenaars van de noodvoorraad en vraagt zijn vader om hetzelfde te doen. Omdat zij in een kelder zitten kijkt de vader omhoog, vouwt zijn handen en zegt: Thank you people.
Kruis
Op een bepaald moment overnachten de twee in de ruïne van een kerk. Wat zich ontspint is een soort rituele offer scene. Ze hebben een vuur gemaakt in een grote ronde schaal. De vader krijgt een hoestbui en spuugt bloed op het altaar. In het licht van de vlammen zien we twee fresco’s met oudtestamentische afbeeldingen in de gewelven van de kerk: een van de ontmoeting van Abraham en Melchizedek en een van de Ark van het Verbond. Als de hoestbui voorbij is, sluit de scene af met een omhelzing van vader en zoon. De camera zoomt uit en hoog boven de twee zien we een helverlicht kruis, het daglicht dat door de restanten van een glas-in-lood raam schijnt.
Hoop
En eerder in de film kijken vader en zoon samen naar de een regenboog die zich vormt in een waterval, de enige kleur die het kind ooit zag in zijn leven. De regenboog is het Bijbelse symbool voor de hoop. Is dat de enige verwijzing naar hoop in deze verder asgrauwe film? Misschien de slotscène nog. Het laatste wat we in de film zien, is een close-up van het gezicht van de jongen en het laatste woord dat we van hem horen is een antwoord op een vraag die een vrouw hem stelt: “Okay”.
|