Requiem

Waar andere films over exorcisme beginnen, eindigt Requiem. Deze film gaat over meer dan alleen bezetenheid en duiveluitdrijving. Uiteindelijk is Requiem een filmische dodenmis voor een jonge vrouw. Een vrouw die verteerd wordt door een religieuze ijver, die zij zelf ziet als haar redding maar de mensen die achterblijven niet anders kunnen zien dan haar ondergang.

Rolf Deen

“Gelooft u in de voorbeeldfunctie van de pedagogiek?” vraagt de hoogleraar aan Michaëla, de hoofdpersoon in de film Requiem, als ze te laat de collegezaal binnenkomt. Zij staat doodverlegen voor een volle zaal en weet niets te zeggen. Nu vraagt de professor: “Waar gelooft u in?” “In God”, zegt ze kordaat en iedereen begint te lachen. Dan confronteert de hoogleraar de zaal en vraagt: “Waar geloof u dan in?” Nu zwijgt iedereen. “Ziet u, dat is precies het probleem”, is zijn commentaar. Met deze sleutelscène geeft de regisseur van Requiem Hans-Christian Schmid, zelf ongelovig, (geb. 1965) aan dat de moderne mens weliswaar schampert over religieuze uitingen die hij niet begrijpt, maar dat hij op de vraag waarin hij zelf ten diepste gelooft het antwoord schuldig moet blijven.

Onbegrepen eenzaamheid

Zo heel veel begrijpt de vrome jonge studente Michaëla Klingler (Sandra Hüller) zelf ook niet van wat er met haar gebeurt als zij het Zuid-Duitse ouderlijk huis verlaat om in Tübingen pedagogiek te gaan studeren. Eén grote handicap zet haar poging zich los te maken uit het plattelandsmilieu op achterstand, zij lijdt aan epilepsie. Haar goeiige vader (Burghart Klaußner) gaat tegen de overbezorgdheid van de kille moeder (Imogen Kogge) in en ondersteunt haar op allerlei manieren. Michaëla wil én een ijverige student zijn, én meedoen aan het wilde studentenleven én een goede dochter zijn die het katholieke geloof van haar ouders niet verloochent. De spanningen die dat oplevert brengen haar nieuwe epileptische toevallen en ‘stemmen’ dienen zich aan die het haar verbieden te bidden. Michaëla zakt weg in een onbegrepen geestelijke eenzaamheid en de enige aan wie zij zich tot slot nog kan optrekken is de door haar vereerde mystica Catherina van Siena (1347-1380).

Existentiële eenzaamheid

Alle mensen in haar omgeving bieden haar hulp aan die uiteindelijk niet mag baten. Haar vader en moeder, de oude dorpspastoor, haar studievriendin Hanna (Anna Blomeier), de artsen, haar vriend Stefan (Nicholas Reinke), de jonge priester Borchert (Jens Harzer). Al deze mensen hebben iets te maken met de tegenstellingen die Michaëla in haar leven moet overbruggen: dorp en stad; geloof en wetenschap; maagdelijkheid en seksueel genot; burgerlijkheid en vrijgevochten zijn; thuis en studentenhuis. Als je in de 70-er jaren die werelden wilde overbruggen moest je sterk zijn anders raakte je besmet met een van de gevaarlijkste virussen die individuele vrijheid en zelfbeschikking permanent onder de leden draagt: existentiële eenzaamheid. Michaëla probeert het en raakt besmet.

Beeld en geluid

De bekroonde regisseur Hans-Christian Schmid vertelt zijn verhaal met groot inlevingsvermogen. Nergens veroordeelt hij, steeds wil hij begrijpen wat er in Michaëla’s leven omgaat. Daarvoor brengt hij de kijker met een beweeglijke camera die hooguit half totaal, maar meestal medium of close draait heel dichtbij de personages en gebeurtenissen. Zelden krijgen we door totaalbeelden meer overzicht over de situatie dan de personages zelf. Het brede cinemascopeformaat versterkt dit effect. Het geluid is vanaf het eerste moment heel dichtbij: voor we beelden zien horen we al de zware ademhaling van Michaëla die de berg opfietst op weg naar de kapel. Er is geen filmmuziek die de kijker wegvoert uit de film alleen de bronmuziek die je samen met de kleuren van de 70-er jaren nog dieper in de tijd van Michaëla binnenhaalt.

The Exorcist

Requiem is geïnspireerd op een exorcismezaak die samenleving en kerk in Duitsland eind 70-er jaren in beroering bracht. In 1976 gaf een Duitse bisschop aan twee priesters toestemming om het zogenaamde ‘grote exorcisme’ ritueel uit te voeren op de jonge studente Annelies Michel. Het was gelijk ook de laatste keer dat het in Duitsland gebeurde. Ouders en priesters werden vervolgd en veroordeeld wegens nalatigheid en verwaarlozing van een patiënt met epilepsie en psychose. De geruchtmakende zaak werd al eerder verfilmd. The Exorcism of Emily Rose werd in 2005 een kassucces van 80 miljoen. Hoewel minder gruwelijk stond Emily Rose toch in de Hollywood traditie van The Exorcist (William Friedkin, 1973). Requiem niet. Waar andere films over exorcisme pas echt beginnen, bij de uitdrijving, eindigt Requiem en is daardoor meer dan een film over bezetenheid en uitdrijving.

Deep Purple

Uiteindelijk is Requiem een filmische dodenmis voor een jonge vrouw. Een vrouw die verteerd wordt door een religieuze ijver, die zij zelf ziet als haar redding maar de mensen die achterblijven niet anders kunnen zien dan haar ondergang. Michaëla sluit aan in een lange rij van christelijke mystici die moederziel alleen worstelen met een bezetenheid die Paulus in de bijbel zo beschrijft: “Wat ik doe, doorzie ik niet want ik doe niet wat ik wil. Ik doe juist wat ik haat.” (Romeinen 7,15) Twee keer valt het hemelse licht wel op haar sombere leven, beide keren glimlacht Michaëla gelukzalig. De discobal werpt stralen op haar gezicht als Michaëla, alleen op de dansvloer, extatisch danst. Aan het einde van de film valt het zonlicht op haar glimlach door de autoruit waarachter wij haar, opnieuw alleen in beeld, zien glimlachen. Beide keren horen we het nummer Anthem van Deep Purple: “When the night wind softly blows through my open window / Then I start to remember the girl that brought me joy.”

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.