|
De Poolse Bruid
Op een goeie dag rolt een bijna naakte vrouw letterlijk het leven binnen van een Groningse boer. Het is de Poolse Anna, die ternauwernood is ontkomen aan twee mannen die haar hebben misbruikt. Zij is onder valse voorwendsels naar Nederland gehaald, om in een bordeel te werken. De zwijgzame boer ontfermt zich over haar en neemt haar op in zijn huis. Bij hem voelt ze zich veilig, hij wil niets van haar en zij kan op haar beurt voor hem zorgen. Langzaam ontstaat er vertrouwen, genegenheid en zelfs liefde tussen deze twee mensen.
Jos Boesten en Marjeet Verbeek
Vermoedelijk weet de Poolse het hart van de noordeling definitief te raken als ze laat weten dat ze zijn land zo prachtig vindt, die onafzienbare platte verten vol geploegde klei en die ontzagwekkende veranderende luchten daarboven. De derde hoofdrol in de film wordt dan ook gecreëerd voor de dramatische vergezichten over het Groningse ‘hoge land’. En zo is De Poolse Bruid naast een liefdesgeschiedenis ook een lofzang op het Groningse platteland.
"Kammerspiel" is een begrip dat stamt uit het theater: een stuk over twee à drie personages in een beperkte ruimte. Wanneer een cineast het in z'n hoofd haalt een kamerspiel te maken, loopt hij meteen groot gevaar dat zijn film naar de (toneel)planken ruikt. Bovendien is een film over zo weinig personages een krachttoer die maar weinigen tot een goed eind brengen. De onbetwiste meester van dit moeilijke genre is natuurlijk Ingmar Bergman. Regisseur Karim Traïdia is erin geslaagd om een krachtig en geloofwaardig kamerspiel te maken over twee door het leven getekende mensen die argwaan, wantrouwen en vreemdelingenangst weten om te werken tot ver- trouwen, genegenheid en liefde. En gewerkt moet er worden om deze relatie uiteindelijk tot stand te brengen. Hun werktuigen? Respect, geduld, attentheid. Maar behalve dramaturgisch, klinkt de film ook cinematografisch als een klok. De camera steeds op de juiste plek in die beperkte ruimte, prima acteursregie van uitstekende acteurs, en een alerte montage waardoor geen enkele scène te lang duurt. De keren dat we 'naar buiten gaan', manifesteert het Groningse landschap zich door het camerawerk van Jacques Laureys als het Toscane van Nederland: een pastoraal landschap waar menselijkheid kan gedijen. Het happy end wordt bevochten door bruut geweld, als antwoord op bruut geweld. Als toeschouwer hoop je voortdurend dat dat niet hoeft. Maar misschien is dat een naar teken des tijds, dat Traïdia oók wilde signaleren. De Poolse Bruid kreeg de publieksprijs op Filmfestival Rotterdam 1998.
”De grote omslag in hun relatie lijkt echter te komen wanneer ze oprechte interesse gaat tonen in zijn Groningse landschap – ook al ziet zij Poolse bergen in de wolken boven de klei. Vanaf dat moment lijkt Henk oprecht van haar aanwezigheid te gaan genieten. Hij kan dan zijn ontroering delen bij het beluisteren van de plaatselijke bard Ede Staal, wanneer die op een grammofoonplaat de schoonheid van het ‘Hoge land’ bezingt. Vanaf dat moment lijken ze ook vrijwel onafscheidelijk. In de beelden overheerst dan het speelse karakter van hun relatie. Anna mag scheve voren ploegen op zijn land, samen lopen ze achter de ploeg aan, ze spuiten elkaar nat en gaan samen het Groningse platteland verkennen. Toch lijkt het ook nu weer dat het vooral Anna is die de stugge boer met haar speelse natuur verlokt en aan het genieten krijgt.”
Levensbeschouwelijke sleutelwoorden
Liefdesgeschiedenis, eenzaamheid, stilte, slachtofferschap, wraak, boerenleven
Voor meer informatie: zie IMDB.com.
|