Paradise Now

Het zou eigenlijk niet apart vermeld moeten worden, maar in het huidige politieke klimaat weet je maar nooit, dus voor de duidelijkheid: het moedwillig doden van burgers is onder alle omstandigheden een groot kwaad. Maar mensen die zulke misdaden bedrijven zijn wel naar Gods beeld geschapen. Wanneer er dan een film als Paradise Now – een fictieverhaal over twee Palestijnse zelfmoord-moordenaars – verschijnt, word je als kijker verscheurdt tussen twee gevoelens: enerzijds hoop je dat de film deze gruwelen laat zien voor wat ze zijn en anderzijds hoop je dat de film ook de menselijke kant van de hoofdpersonen laat uitkomen, en alle verschillende kanten die er aan zitten, zonder dat het propaganda wordt. Het is de kunst voor de cineast en het publiek om de zondaar lief te hebben maar de zonde te haten. 

Peter T. Chattaway

Dat wordt vooral een hele klus wanneer een film, zoals deze, zo dichtbij de mensen komt die de misdaad beramen. Die benadering geeft ons weliswaar de gelegenheid de daders als mensen te leren kennen, maar het geeft ons niet noodzakelijkerwijs een ruime blik op de bredere politieke krachten die aan het drama ten grondslag liggen. De twee vrienden voor het leven Saïd (Kais Nashef) en Khaled (Ali Suliman) die gevraagd hebben om samen een zelfmoordaanslag te mogen plegen, verwijzen wel heel af en toe naar het feit dat zij lijden voor iets dat de generatie van hun grootouders is aangedaan maar wat zij daar dan precies mee bedoelen wordt nergens uitgelegd. (Bedoelen ze de bezetting van de Westoever door Israël, die deel uitmaakte van buurland Jordanië tot aan de Zesdaagse Oorlog in 1967? Gaat het zelfs verder terug naar de stichting van de staat Israël in 1948?) Belangrijks voor hen is alleen dat Israël een onderdrukkende bezetter is die hun volk te schande heeft gemaakt.

Schaamte en eer

Schande en schaamte vormen de sleutel; de zelfmoordaanslagen hebben, zoals ze hier worden afgebeeld, weinig tactische waarde, maar zijn vooral bedoeld om de persoonlijke en nationale eer te herstellen, als een vorm van stammentrouw en als een manier om te bewijzen dat de sterken niet altijd de zwakken kunnen overheersen. Heel opvallend in deze film is de manier waarop de regisseur Hany Abu-Assad de laatste uren van het leven van de zelfmoord-moordenaars in kaart brengt: hun hoofden worden geschoren, hun lichamen geboend en van hun afbeeldingen worden posters gemaakt. Deze posters, zo wordt hen verteld, brengen eer aan hun en hun familie lang nadat zij gestorven zijn. Al deze aandacht voor dat zij sterven gaan en de belofte van zelfs meer aandacht na hun dood heeft een krachtige psychologische uitwerking. Nadat de springstof om zijn romp is bevestigd maakt Khaled een draaiende beweging alsof hij een katapult is; hij schijnt er trots op te zijn dat hij op een cowboy lijkt, maar blijkt te vergeten dat de held van de Western zich aan een erecode hield die hem verbood iemand in de rug te schieten of te vuren op iemand die ongewapend was. 

Godsdienst

Godsdienstige motieven spelen ook een rol, maar bijna als een overweging achteraf. Als Khaled aan Jamal (Amer Hlehel), een hogergeplaatste die de aanslag beraamd heeft, vraagt wat er met hem en Saïd gebeurt na hun dood, dan kijkt Jamal de andere kant op en mompelt hij niet erg overtuigend iets over engelen die ze zullen komen ophalen. Nog vreemder is de scène waar Saïd en Khaled hun laatste maaltijd delen met elf medestanders; Abu-Assad kiest er voor om ze allemaal aan een kant van een lange rij tafels te plaatsen; een duidelijk eerbetoon aan Het Laatste Avondmaal van Leonardo Da Vinci. Hoewel een groot deel van de Palestijnen, inclusief de weduwe van Arafat, christen zijn, is het niet een beeld dat je gewoonlijk in verband brengt met moslim terroristen. Geeft dit weer hoe zij zich zelf zien of hoe de filmmaker ze ziet? Is het een buiging voor het ‘martelaarschap’ van de moordenaars of is het ironisch bedoeld? Over het kruis van Jezus wordt immers ook gesproken als een ‘schande’ (Hebreeën 12,2) 

Vrouwenstemmen

Net als in veel westerns wordt ook hier de held vooral door vrouwenstemmen gevraagd af te zien van geweld. De weduwe moeder van Saïd (Hiam Abbas), die niet op de hoogte is van de plannen van haar zoon – hij zegt haar dat hij een baantje in Tel Aviv heeft gevonden – heeft nog steeds hoop dat de situatie zal verbeteren. “De wereld verandert”, zegt ze tegen hem. “Je zult merken dat alles verandert, behalve God.” Saïd en Khaled raken bevriend met Suha (Lubna Azabel), de dochter van een Palestijnse ‘martelaar’. Zij zegt duidelijk dat ze liever had dat haar vader leefde in plaats van beschikte over eeuwige roem. Saïd voelt wel iets voor haar, maar iedere samenleving heeft zijn eigen pikorde. Hij weet dat zij uit een hogere sociale of economische klasse afkomstig is en dat houdt hem tegen. 

Paradijs of de hel

Suha is de enige sterke vertegenwoordiger van de tegenstem tegen het moslim terrorisme, maar zij spreekt helaas vanuit het oogpunt van een ongelovige geseculariseerde vrouw. In plaats van te benadrukken, zoals veel moslims doen, dat de Koran zelfmoord verbiedt en er geen enkele rechtvaardiging bestaat voor zelfmoord-moorden, zegt Suha tegen Khaled dat het ‘paradijs’ waar hij naar verlangt een gedachtespinsel is. Khaled vindt haar vertrouwen op niet-religieuze mensenrechtenorganisaties bespottelijk en zegt: “Liever het paradijs in mijn gedachten dan te leven in deze hel.” 

Misstanden onder Palestijnen

Alle hoofdpersonen zijn tegenstanders van Israël, zij verschillen alleen van mening over hoe met de bezetting om te gaan. Toch verwijst de film af en toe ook naar weeffouten in de Palestijnse cultuur. In de kleine eethuizen roepen mannen om het hardst om de dood van collaborateurs. Video’s die de ‘bekentenissen’ en de executies van de collaborateurs vertonen verkopen beter dan de video’s waar in de ‘martelaren’ hun laatste boodschap uitspreken. Een Palestijnse taxichauffeur verspreidt het absurde gerucht dat de Israëli’s het water vergiftigen om de kwaliteit van het Arabische sperma te bederven. Als Khaled zijn eigen videoboodschap opneemt, ziet hij hoe Jamal ondertussen zich te goed doet aan de het eten dat de moeder van Khaled voor hem klaar heeft gemaakt. Misschien een subtiele verwijzing naar hoe de zelfmoord-moordenaars door hun eigen leiders worden uitgebuit. 

Een menselijk gezicht

Abu-Assad brengt her en der in de film nog wat andere metaforen aan en heeft bovendien heel verassend nog humor ook. Ook is de cineast zich wel erg bewust van het feit dat hij een film aan het maken is: er is een scène met Suha waar zij zich afvraagt tot welk genre een film over het leven van Saïd zou behoren en de redevoeringen waarin de zelfmoord-moordenaars hun daden rechtvaardigen behandelt hij met iets te veel eerbied. Maar dat neemt niet weg dat hij de spanning goed weet op te bouwen en er in slaagt iets van de complexiteit van de Palestijnse cultuur uit te laten komen. Hij heeft, zoals men zegt, de Palestijnen een menselijk gezicht gegeven. Nu maar hopen dat iemand er in slaagt de Israëli’s een menselijk gezicht te geven in een film die Palestijnen graag willen gaan zien. 

Bron: Christianity Today / vertaling en bewerking KFA Filmbeschouwing.

Voor meer informatie: zie Cinema.nl.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.