Mio fratello è figlio unico (2007)

‘Mio fratello’ is een typisch Italiaanse zedenschets over het leven van twee broers wiens persoonlijke biografie ook de biografie van hun land is in de roerige jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. De schaduwzijde van het Romeinse dolce vita.

Peter Malone

Vroeg in de jaren zestig maakten een aantal Italiaanse regisseurs, die kort daarna grote namen zouden worden, zoals Bolognini en Pasolini, films over vervreemde jonge mannen in en om Rome (Il Bell’Antonio, 1960, Accatone, 1961). Deze films toonden de schaduwzijde van dolce vita Rome. Deze cineasten waren erfgenamen van het naoorlogse neo-realisme maar zij doken in de armoede, de politiek en de trieste levens van de mensen die ze portretteerden. Hun films dienen als een spiegel van hun tijd. Veertig jaar later zijn Italiaanse cineasten nog steeds gefascineerd door verhalen en figuren met die achtergrond. Dat geldt zeker voor de film ‘Mio fratello è figlio unico’ (Mijn broer is enig kind) van Daniele Luchetti. Stefano Rulli en Sandro Petraglia schreven samen het scenario. Deze zeer productieve scenaristen werkten eerder aan andere succesvolle Italiaanse films: La Meglio Juventu van Marco Tulio Giordana (2003), La Tregua van Francesco Rossi (1997), Il Ladro di Bambini (1992) en Le Chiavi di Casa (2004) van Gianni Amelio.

Afwezige kerk

‘Mio fratello’ begint in 1962 (het jaar dat het Tweede Vaticaans Concilie begon) en opent op een kerkelijk én anti-kerkelijk toon die typisch is voor die tijd: de jongste broer gaat naar het klein seminarie en zijn ouders zijn trots op hem en blij dat ze een priester in de familie zullen krijgen. De oudere broer is tegen en daagt hem uit. Hij laat een foto van een actrice bij hem achter waarop de teenager erkent dat hij problemen met zijn seksualiteit zal krijgen en het seminarie verlaat. Los van vrome afbeeldingen aan de muur, is dit het slot van de aanwezigheid van de kerk in het leven van de jonge mannen. Grote inspiratiebron is eerder de communistische partij Italiaanse stijl, lawaaierig en heetgebakerd maar met het idealistische streven om werkelijk iets te betekenen – met als hoogtepunt in de film de studenten revolte van 1968 en de bezetting van de het Romeinse conservatorium en de uitvoering van Beethoven’s Ode an die Freude met een nieuwe tekst die begint met ‘Mao, Lenin, Stalin…’. Dat is de weg van de oudere broer die in de fabriek werkt, zich ontwikkelt als een politiek demagoog, verkering heeft met een meisje uit een rijke Turijnse familie maar die verstrikt raak in de klassestrijd die zijn leven beheerst ten koste van zijn familie. Inspiratiebron voor de jongere broer na zijn thuiskomst uit het seminarie en zijn doorlopende ruzies met moeder, zuster en oudere broer vormt een vriend die fascist is en die zijn verbeelding voedt met rechts radicale denkbeelden. Hij sluit zich aan bij de partij en drinkt de ideologie in.

Sterke punten

Cineast Luchetti heeft het voorrecht te werken met twee sterke jonge opkomende acteurs die deze twee figuren met hun politieke en emotionele conflicten neerzetten: Elio Germano as de jongere en Riccardo Scarmarcio als de oudere broere. Luchetti beweert dat dit verhaal een bijdrage is aan de biografie van Italië, het leven in Italië (of tenminste Rome en Lazio) tijdens de omwentelingen van de jaren 60 en 70. Hij zegt dat de film geen politiek standpunt inneemt, maar dat hij mensen toont die standpunten innemen. “Ik denk dat dat voor mij de sleutel was, het menselijk element te vinden dat ten diepste persoonlijk en emotioneel is.”

De karakters in de film kunnen de kijker zowel ergeren als frustreren werken en dat is de kracht van de film. Een ander sterk punt is de aantrekkingskracht van de bijrollen, de boze moeder – vooral haar tirades tegen de corruptie die verhindert dat armere gezinnen de huizen van de sociale woningbouw betrekken; de goedmoedige vader, het sympathiek vriendinnetje van de oudere broer; de plaatselijke fascist en zijn vrouw die de jongere broer ontgroent.

Bron: Peter Malone is werkzaam bij Signis.

Voor meer informatie: zie Cinema.nl.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.