Men Who Hate Women

De film Men Who Hate Women (oorspronkelijke titel Män som hatar kvinnor) is gebaseerd op de gelijknamige, bekroonde roman van de Zweedse auteur Stieg Larsson als eerste deel in zijn ‘Millenniumtriologie’. Er zijn nog wel wat verschillen tussen het boek en de film, maar de film is als losstaand project goed gelukt. Het is een combinatie tussen een tikkeltje voorspelbare thriller en een sociaal geëngageerd drama. Maar het betoverende spel tussen Michael Nygvist (als Mikael Blomkvist) en Noomi Rapace (als Lisbeth Salander) tilt het boven beide genres uit.

Frank G. Bosman

De journalist Blomkvist wordt ten onrechte veroordeeld voor het besmeuren van de goede naam van magnaat Hans-Erik Wennerström (Stefan Sauk). Voordat hij zijn straf moet uitzitten neemt de nu werkeloze journalist een klus aan als privédetective. Hij moet de veertig jaar oude mysterie oplossen van de verdwijning van het nichtje van Henrik Vanger, een magnaat-in-ruste (mooie rol van Sven-Bertil Taube). Er komt pas een doorbraak in het mysterie als de graatmagere punkster en professionele hacker Lisbeth Salander zijn leven in stapt. Actrice Rapace speelt de sterren van de hemel: compleet met tatoeages, piercings en gothic-look. Getroebleerd door een schimmig verleden is ze het toonbeeld van onaangepastheid. Ze zegt niet veel in de film maar haar gezichtsuitdrukkingen zijn subtiel en laten zich lezen als een boek zonder dat het te ‘groot’ gespeeld wordt.

Geld corrumpeert

Auteur Larsson, die het succes van zijn boeken niet meer kon meemaken, is bekend om zijn politiek- en geëngageerde werken. Ook Men Who Hate Women gaat duidelijk over dit soort thema’s. Het misdaadverhaal is eigenlijk het excuus om zijn politieke statements te kunnen maken. Als eerste klaagt Larsson de corruptie van het kapitaal aan. Geld corrumpeert: niemand is meer te vertrouwen, iedereen is dader, verdachte en slachtoffer in één. Geld verblindt: mores bestaan niet meer. Regisseur Niels Arden Oplev weet deze mistroostige sfeer trefzeker te vangen in de donkere lange nachten van het hoge Noorden.

Machtsmisbruik

Zowel Lisbeth als andere vrouwen in de film  hebben een verleden van seksueel geweld en mishandeling. Als Lisbeth haar grootste bezitting verliest doordat ze aangevallen wordt door een groep aangeschoten jonge mannen, wordt zij tweedubbel het slachtoffer van (mannelijk) geweld. Weer steekt Larssons maatschappijkritiek op: het (vrouwelijke) slachtoffer heeft namelijk geen enkele mogelijkheid om officieel protest aan te tekenen. Maar dan neemt zij wraak.
Hoewel het seksuele geweld 'naakt' in beeld wordt gebracht, heeft de regisseur – heel knap – de nadruk weten te leggen op de vernedering in plaats van op het geweld. Slachtoffers komen er niet zonder lichamelijke verwondingen van af, maar die vallen in het niet bij de grootte van de vernedering die zij moesten ondergaan. Op deze manier wordt een gemeenplaats van de criminologie bevestigd: verkrachters plegen hun misdaden niet omdat ze geil zijn, maar omdat ze macht willen over een ander mens, en daar krijgen ze hun ‘goesting’ van.  

Manvijandig

Er wordt wel kritiek geuit op Larrsons boeken, juist vanwege het manonvriendelijke karakter. Alle mannen in Men Who Hate Women zijn rijke graaiers zonder scrupules of sadistische vrouwenverkrachters. En alle vrouwen zijn slachtoffers van mannelijk (seksueel) geweld. In Larrsons wereld haten inderdaad alle mannen vrouwen. De enige ‘vrouwvriendelijke’ man is Blomkvist die van de weeromstuit oogt as een sullige, sociaal onhandige workaholic.

Conclusie

Larrsons boek is prachtig verfilmd, vooral door de ongewone combinatie tussen thriller en maatschappijkritische film, maar ook door de combinatie tussen de broodmagere, kettingsrokende Lisbeth en de onderkoelde superjournalist annex detective Bromkvist, een koppel dat je in een volgende film hoopt terug te zien. Dat is tegelijk het laatste minpuntje aan de film: het einde is relatief erg zoet en happy en hint net iets te nadrukkelijk op een ‘to be continued…’

Meer over Men Who Hate Women op cinema.nl

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.