Kruistocht in Spijkerbroek

De film ‘Kruistocht in Spijkerbroek’ (‘Crusade in Jeans, 2006) vertelt het verhaal van een jongen uit de 21e eeuws die in een kinderkruistocht in 1212 belandt. Hoewel de historische basis van deze kruistocht erg smal is, levert het wel een vermakelijke film op over egoïsme, geloof en bekering.

Frank G. Bosman

Als Dolf Vega (Joe Flynn) door een zelfzuchtige actie ervoor zorgt dat het Nederlands jeugdvoetbalelftal niet naar de finales kan doordringen, kan hij niet beters verzinnen dan gebruik te maken van de tijdmachine in zijn moeders laboratorium. Hij wil terug in de tijd reizen om zijn fout op het voetbalveld te herstellen. Opgehaast door het alarm typt Dolf een verkeerde datum en beland in 1212 midden in een kinderkruistocht. Deze groep van duizenden kinderen wordt (slecht) geleid door een visionaire herdersjongen Nicolaas (Robert Timmins) en een manipulatieve monnik Anselmus (Michael Culkin). Nicolaas heeft van God te horen gekregen dat hij het kinderleger door de opensplijtende rode zee naar Jeruzalem moet leiden. Al snel komen Dolf en zijn maatje (later ook vriendin) Jeanne (Stephanie Leonidas) erachter dat de monnik Nicolaas heeft bedrogen en dat ze allemaal als kindslaven verkocht zullen worden. Dolf slaagt erin de kwade opzet van Anselmus in de war te sturen, maar zijn thuisreis verloopt alles behalve gemakkelijk. Als hij ‘weggeflitst’ wordt naar het heden voorkomen twee gemaskerde mannen dat Jeanne met hem mee kan gaan. Dolf besluit ogenblikkelijk terug te keren naar 1212. En daar eindigt de film dan ook mee.

Geloof

Het eerste thema in deze film is – onvermijdelijk – geloven. Of juist ongeloof. In de kinderkruistocht vertrouwt iedereen op God, iets dat de (atheïstische?) Dolf slechts met grote twijfel kan begrijpen. Het wemelt in de film van uitspraken die gaan over het subtiele verschil tussen Godsvertrouwen en religieus fatalisme. Het begint al vroeg in de film als één van de kinderen aan Dolf vraagt “Geloof je niet?”. En later – meer indringend – door Jeanne: “Zit je hoofd dan vol met niets anders dan twijfel.” Die twijfel van Dolf, mooi samengevat in zijn gefrustreerde uitroep “Jeruzalem kan wachten”, veroorzaakt tot tweemaal toe de beschuldiging van de ketterij van godslastering.

Bekering

Tegelijkertijd brengt de kinderkruistocht en meer specifiek de omgang met Jeanne en protégés Carolus (Jake Kedge) en Maria (Amy Jenkins) een omwenteling in Dolf te weeg. Hij moet leren zijn egoïsme, zijn wantrouwen en ongeloof te overwinnen. Dit wordt in de film gedramatiseerd door een ‘louteringsscène’. Carolus wordt door een groep wolven meegesleurd en Anselmus dwingt Dolf hem te gaan redden: “Wil je die kinderen aan de wolven overlaten?” Vanwege een traumatische ervaring in het verleden is Dolf panisch voor wolven. Zijn angst vliegt hem in het duistere bos naar de keel: “Ik zie niets. Waarom is het zo donker?” Als hij het (schijnbaar) levensloze lichaam van het kind vindt en het in zijn armen, neemt durft Dolf het pas op te nemen tegen zijn oude spookbeeld. Hij schreeuwt de wolf toe en houdt hem daarmee op afstand. Dolf overwint hier niet alleen zijn angst, maar tegelijk zijn ingebakken wantrouwen: “God!” De film – hoe clichématig ook op tal van andere gebieden – trapt niet in de val om dit thema te vermallen tot een postmodern ‘Geloof in jezelf!’ Een subtiel bewijs voor zijn ‘bekering’ vindt even later plaats. De vriendelijke monnik Thaddeus (Benno Fürmann) gelooft niet dat Dolf uit het hertogdom Rotterdam komt (“Ik ben er geweest”). Dolf antwoordt: “Heeft u ooit God gezien?” – “Nee” – “Geloof dan dat ik uit Rotterdam kom.”

Egoïsme

Een tweede thema – en misschien iets meer onder de oppervlakte - is egoïsme. Nicolaas de herdersjongen is zo vol van zijn goddelijke missie dat hij alleen maar aan zichzelf denkt. Dat er honderden kinderen creperen van honger en ziekte doet hem weinig tot niets. De monnik Anselmus wil een vette winst maken met de verkoop van de kinderen, en is alleen maar daar mee bezig. Dolfs moeder, dr. Vega (Emily Watson), denkt alleen maar aan haar werk en vergeet zelfs naar de finalewedstrijd van haar eigen zoon te kijken. Dolf: “Ik vergeet wachtwoorden, maar jij vergeet mijn leven.”
De grootste egoïst is Dolf zelf wel. Hij reist wel terug naar het verleden om de gemist finalewedstrijd te redden, maar hij doet dat alleen om zijn eigen eer te redden en niet voor team als geheel. Hij voelt zich uitgekotst, beledigd en zint op een kans zijn ego te herstellen. Dolf kiest wederom voor zichzelf als hij besluit de kinderkruistocht te volgen: niet uit bezorgdheid voor de kinderen, maar omdat hij niet alleen bij de wolven in het bos wil blijven. Dan volgt er nog een derde ‘val’ voor Dolf. Als hij aan de zuidkant van Alpen sterke vermoedens krijgt over de valse opzet van Anselmus probeert hij niet direct de kinderen te waarschuwen, maar trekt hij gewoon mee naar Genua. Die stad is ook de locatie waar hij door zijn moeder zal worden terg gehaald naar het heden.

Dolf overwint zijn eigen ego pas definitief als hij in het laboratorium van zijn moeder besluit om terug te keren naar 1212 met alle risico’s van dien. Dolfs moeder: “Je begrijpt de risico’s die je hiermee loopt?” Dolf kan echter niet aan zichzelf denken, aangezien hij Jeanne in de handen van gemaskerde Genuanen heeft moeten achterlaten. Jeanne zelf nam ook een groot risico door met Dolf mee te willen gaan met al zijn voor haar onbegrijpelijke verhalen. Dolf laat zich terugflitsen en de film eindigt met een pseudo-middeleeuwse prent waarin Dolf en Jeanne in elkaars armen liggen.

Voor meer informatie: over de film via Cinema.nl; over de auteur via Goedgezelschap.eu.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.