Komt een vrouw bij de dokter

“We zijn jong, allebei een eigen zaak, we leven als god in Amsterdam, … en dan in één keer: kanker”. Daarmee wordt Komt een vrouw bij de dokter (2009) in de trailer aangekondigd. Deze verfilming van het gelijknamige boek van Kluun heeft een sterk onderwerp maar diepgang blijft uit. En toch boeit de film tot het einde omdat je je blijft afvragen: is het hoofdpersonage, die steeds vreemdgaat, wel te verwijten wat hij doet?

Joël Friso

Stijn (Barry Atsma) is eigenaar van een goedlopend bedrijf en is getrouwd met een ontzettend lekker wijf. Hij leeft naar eigen zeggen als een god in Amsterdam. Totdat bij zijn vrouw Carmen (Carice van Houten) kanker geconstateerd wordt. Alles onder controle hebben, dat is wat hij zo graag wil, is in één klap onmogelijk gemaakt. Gelukkig is zijn Carmen sterk, zegt hij. Maar Stijn heeft het moeilijk en in zijn wanhoop ontmoet hij Roos (Anna Drijver). Bij haar kan hij zijn verhaal kwijt en met haar is de seks geweldig.

Ontvluchten

Door de plotselinge confrontatie met kanker, heb je ineens een strijd aan te gaan die je niet wilt aangaan. Of in het geval van Stijn, liever wilt ontvluchten. Je gunt hem de ruimte om het leven te bevragen. Waarvóór leef ik? Waarom deze kanker-tijd? Die vragen stel je niet alleen, die kan je beter samen met iemand stellen en beantwoorden Ook wanneer je alles liever ontvlucht dan kan je dat nog steeds niet alleen. Stijn wil geen tranen deppen. Maar als kijker weet je dat de tranen hoe dan ook gaan vloeien. Bij hem en bij Carmen. Stijn wil weer een normaal leven. Een normaal leven waar vreemdgaan bij hoort.

Vertelling

Komt een vrouw bij de dokter is het regiedebuut van Reinout Oerlemans. Heel goed weet hij het verhaal van Stijn, Carmen en Roos te vertellen. Het blijft bij deze vertelling. Het wordt geen grootse strijd tegen de consequenties van kanker in het leven, geen dramatisch liefdesepos en ook geen hedendaags stadsprookje. Net als Stijn die geen alternatieven ziet en doet wat hij doet, gaat de film gewoon voort zonder dubbele lagen. Enkele misplaatste surrealistische scènes brengen die diepgang er zeker niet in. Ook de vele cliché-uitspraken, als “kanker-kanker” en “gelukkig nieuw haar”, maken het er niet beter op.

Tranen

Pas wanneer de tranen gaan vloeien, is de film raak. Het is voor de kijker net zo goed vreselijk om Carmen in haar sterfbed te zien liggen. Even zijn de woorden van actrice Carice van Houten helemaal raak, als ze zegt “het gaat niet goed hoor, Stijn”. Toch mis ik ook hier de diepgang. “Genieten jij”, wil Carmen meegeven aan Stijn, wanneer zij er niet meer zal zijn. “Jij ook”, reageert Stijn. Punt. Meer dan deze ongemakkelijke reactie komt er niet. En de dood dan? Zijn de rijk vloeiende tranen niet ook tranen van angst voor de dood? Of zijn de tranen er enkel om het geluk dat ze weer voor eventjes samen kunnen zijn?

Geboeid

Het zijn prachtige plekjes in Amsterdam, die je te zien krijgt. Maar tot leven komen de locaties niet. Er is geen stilstand. De soundtrack bevordert dit ook niet. Die dient er vooral voor om alles dicht te strijken. Dat is jammer. Er valt geen stilte. Niet in Stijns hoofd en niet in de film. Toch blijf je geboeid kijken. Niet alleen door het prima acteerwerk, waarbij ook Jeroen Willems als collega en huisvriend Frenk genoemd moet worden. Dat je geboeid blijft kijken, komt omdat je blijft afvragen of je het Stijn wel kwalijk kunt nemen.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.