Into the Wild

Met het ‘waargebeurde’ ‘Into the wild’ (2007) maakte regisseur Sean Penn een intense road movie over de pijnlijke tocht van een zuivere geest. Hij baseerde zijn scenario op het boek van John Krakauer. De film volgt de belevenissen van de 20-er Chris McCandless die in 1992 zijn gegoede familie in Virginia verlaat om westwaarts te trekken. Een aangrijpende road movie over een rusteloze zoeker naar op zoek naar bevrijding van materialisme en verlossing van hypocrisie.

Ivo De Kock

Into the Wild“There is pleasure in the pathless woods. There is society where none intrudes”. Een openingscitaat van Lord Byron leidt de odyssee in van een ‘esthetische reiziger’ die thius is ‘on the road’ en wiens laatste geschreven bericht aan familie luidde “I now walk into the wild”. De reis als zoektocht in het spanningsveld tussen wildernis en beschaving, natuur en cultuur, ligt aan de basis van de road movie. Een genre dat teruggrijpt naar onze nomadische roots en de behoefte om een (reis)verslag na te laten van onze doortocht op aarde. De road movie toont de ontdekking van een nieuw land en de transformatie van een identiteit. Het gaat om een inwendige reis waarbij reflectie belangrijker is dan de actie. De tocht is belangrijker dan het reisdoel en alles draait om de gevoelens die ontstaan tijdens de confrontatie met een nieuwe realiteit. De road movie is verslag en bespiegeling, een mix van documentaire en fictie, en dat maakt ‘Into the Wild’ - geïnspireerd op het waargebeurde verhaal van een jongeman die verdween in Alaska’s sneeuwvlaktes - tot schoolvoorbeeld van een genre dat spirituele aspiraties en avonturen onderzoekt.

Droombestemming Alaska

Na drie melodrama’s over vervreemding en verlies (The Indian Runner, The Crossing Guard & The Pledge) serveert Sean Penn – hij is fan van de schrijver van ‘On the Road’ Jack Kerouac - ons een grote Amerikaanse tragedie, de true story van de 22 jarige drop-out Chris McCandless (Emile Hirsch). ‘‘Into the Wild’’ volgt de belevenissen van een 20-er die in 1992 zijn gegoede familie in Virginia verlaat om westwaarts te trekken. Chris verbrandt zijn spaarcenten, rijdt zijn wagen vast en trekt liftend door het land. Hij ontmoet een hippiepaar een boer. toeristen, een jong meisje en een weduwnaar maar bewaart afstand. Chris alias ‘Alexander Supertramp’ stelt vast dat zijn literaire bagage (hij citeert Thoreau, London en Byron) hem niet wapent voor een kanotocht of een verblijf tussen daklozen in LA. Zijn zwerftocht drijft hem naar droombestemming Alaska. Ongerepte natuur en zowat het enig overgebleven gebied voor wie ‘weg’ wil uit de beschaving. Maar Chris is opnieuw onvoorbereid. Slechts giften (laarzen, warme kleren, mes) en een beschavingsrestant (een verlaten ‘magische bus’) leveren bescherming in wat snel een ongelijke overlevingsstrijd wordt.

Queeste

De verdienste van de regisseur Penn is dat hij ons een blik gunt in de geest van zijn rusteloze zwerver, en diens opwinding en pijn voelbaar maakt, zonder hem te verklaren of te beoordelen. Het wordt nooit helemaal duidelijk wat hij ontvlucht. Chris blijft een enigma. Is hij een verwende jongen? Slachtoffer van een traumatisch familieleven? Een aseksuele intellectueel? Existentiële avonturier? Voor Penn telt alleen dat hij op zoek is naar een ‘thuis’ en uiteindelijk beseft dat “geluk alleen maar echt is als het gedeeld wordt”. Aan The Observer vertelde Penn dat “Chris een plaats zocht die hem zou accepteren zoals hij was. Zijn queeste is een zoektocht naar goedheid en zuiverheid”. McCandless is een zuivere geest op zoek naar bevrijding (van materialisme) en verlossing (van hypocrisie) maar de idealist blijkt ook een egoïst. Zijn eenzame tocht - een dialoog tussen mens en wereld - naar volwassenheid (via hoofdstukken ‘Birth’, ‘Adolescence’ en ‘The Getting of Wisdom’) tekent de mensen rond hem. Penn toont de frustratie van wie zijn pad kruist en de pijn van zijn familieleden. Hij laat zus Carine (in voice-over) het verhaal vertellen en wisselt romantische natuurbeelden af met scènes waarin we zijn ouders onder zijn verdwijning zien lijden. Door deze begripvolle maar kritische benadering wordt ‘Into the Wild’ meer dan een ode aan de tegencultuur.

‘To be truly alive’

Sean Penn is intens. Als acteur, regisseur en als mens. Daardoor is hij onvoldoende ‘mainstream’ om perfect gepolijste films te maken of een alom geliefde figuur te worden. Maar woede is bij Penn verbonden met romantisch idealisme en dat geeft zijn filmische machoavonturen een poëtische toon en een spirituele kracht. Penn kadert de impuls om ‘on the road’ te trekken in een samenleving, erkent de behoefte “to be truly alive in this life” maar waarschuwt voor de gevaren van de wildernis. Bovendien filmt hij adembenemende landschappen zonder romantische esthetisering. In een onthutsende scene doorbreekt Penn zelfs de grens tussen fictie en documentaire: Chris eet een appel en een zich ‘uitlevende’ acteur Emile Hirsch richt zich ineens tot de camera (en de kijker). De road movie wordt hier een videodagboek. Getuigenis van een egotrip die zal uitmonden in een pijnlijk spiritueel avontuur. ‘Into the Wild’ is een fysieke road movie die ons emotioneel aanspreekt. Met beelden (van snelwegen, rivieren, bergen, bossen, ijsvlaktes) die het verhaal van de reiziger en zijn weg vertellen.

Meer informatie: zie Cinema.nl
Deze bespreking verscheen in Filmmagie januari 2008. Voor meer filmbesprekingen van Ivo De Cock zie: Filmmagie

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.