L'enfant

Met haar laarsjes, korte rokje, rood-roze konen, driftige tred en de gedreven manier waarmee zij op haar strepen staat zou de tienermoeder Sonia de zus kunnen zijn van Rosetta, de opstandige, tegen alles en iedereen revolterende meid uit de gelijknamige film van de Luikse regisseurs en broers Jean-Pierre & Luc Dardenne.

Freddy Sartor

Sonia is jong en wil wat. Koppig etaleert zij eenzelfde woede, onverzettelijkheid, broosheid en wilskracht, de hele film lang, als Rosetta. Eenzelfde woede en moorddadigheid zelfs. Het verhaal van L’ENFANT lijkt als een berichtje in de marge van het grote nieuws door de Luikse broers uit de krant van gisteren te zijn gescheurd. Zomaar een stukje over een iemand uit de 15 % Belgen die uit de boot zijn gevallen en zich niet meer aan boord kunnen hijsen en definitief lijken uitgeteld. En toch doet Sonia er alles aan om zich zo goed mogelijk in het normale leven te integreren. Maar telkens wacht haar een opdoffer van formaat. Zij lijkt gedoemd om te moeten vechten in haar eentje want Bruno, haar vriend en vader van de pasgeborene, Jimmy, is nooit in de buurt. Bruno houdt wel van Sonia zonder goed te beseffen wat dat écht betekent.

De twintiger reageert nog als een kind, is nog puber. Plagerig gooit hij kiezels naar Sonia, plant puur uit verveling zijn met modder vervuilde schoen zo hoog mogelijk tegen een witte huisgevel, draait de knop van de autoradio met klassieke muziek bruusk om, enz. Bruno is een kleine crimineel, een kruimeldief – met een jagershoedje op om zich te verbergen, met zijn onafscheidelijke gsm als… kompas, als wapen bijna. Iemand die een broertje dood heeft aan werken dag in dag uit en van alles ‘geld maakt’. Dat zal hem bijna noodlottig worden maar hem tegelijk ook genezen. Elke buit die in zijn handen terechtkomt wordt zo vlug mogelijk omgezet in baar geld, in echt geld. Hij strijkt het meeste op, de piepjonge leden van zijn dievenbende moeten maar met de kruimels tevreden zijn. En dat geld moet dan zo vlug mogelijk rollen. Bruno is altijd druk bezig. Zijn gsm-contacten verlopen schichtig, intuïtief, instinctief – dat kon je al vaststellen bij Rosetta, dat roofdierachtige van de hoofdpersonages – alsof zijn leven ervan afhangt. Maar misschien is dat ook wel zo?

Narcissus

Wie is toch deze Bruno? Waarom wordt hij zo door de broers getekend? Iemand die zeer met zichzelf ingenomen is. Op een bepaald ogenblik zien we hem met een staaf cirkels in het water maken. Dat doet denken aan de legende van Narcissus. Voordien zien we Bruno voortdurend zijn ‘echo’ oproepen via zijn mobieltje waarvoor alles moet wijken. Ook wil hij zijn behoeften onmiddellijk bevredigen. En dat kan omdat hij zich zelf ziet als een businessman. Zodra hij geld heeft voor zijn gestolen waar geeft hij het alweer uit aan overbodige luxe; hij huurt een cabrio, een vestje voor Sonia (die daar niet om heeft gevraagd) enz. Zo wordt in hem het verlangen, de uitgestelde behoefte niet wakker. Op eenzelfde manier gaat hij met zijn liefje, Sonia, om.

Sympathie

De aard van het verhaal genereert zijn eigen ritme. Zoals in hun vorige films vertellen de Dardennes hun naturalistisch – realistisch - verhaal snedig. Rust- of adempauzes kennen hun personages niet, een moment van rust, voortgedreven als ze worden door hun overlevingsinstinct.

Ook voel je als kijker de hele film door een bijzonder grote en intense sympathie van de makers voor de hoofdpersonages. De Dardennes sympathiseren – zoals hun vader arme buren gul thuis onthaalde en te eten gaf (een anekdote die Luc Dardenne graag vertelt) – met hun jonge protagonisten: hun grimmige overlevingsdrang, het worstelen met zichzelf, hun instinctief ageren, hun kind zijn, het koud hebben, de hunker naar vriendschap, warmte, begrip, respect, solidariteit… Het nauwelijks daarmee kunnen omgaan ook. Dat maakt hun handicap, hun onmacht ook zo immens en zo intens. Daardoor zijn deze jonge mensen ook zo hulpeloos. En toch durven de broers het aan om bij deze jongeren alle hoop voor de toekomst te leggen.

Anders dan in ROSETTA – de rusteloosheid van het meisje was onmiskenbaar een stijlkenmerk, zat in de hele film – en in LE FILS waarin de spanning bijna ondraaglijk werd is L’ENFANT rustiger, publieksvriendelijker, toegankelijker verteld. De camera is discreter, blijft wat meer op afstand, laat het eenzaamheidsgevoel dat zich op een bepaald moment van Bruno meester maakt goed aanvoelen.

Water

Ook deze keer is het water (van de rivier de Maas) verraderlijk – denk hierbij ook aan de scènes om, rond en in het water van een meertje in ROSETTA – maar ook louterend. Leven en dood schurken ook hier heel dicht tegen elkaar aan.
Het is de aanloop – de aanleiding – voor een veelbesproken slotscène die speelt in de bezoekkamer van de gevangenis. Bruno heeft iemand gered, is volwassen, is mens geworden, is als mens herboren… Hij is nu iemand die geeft om de ander. Dat is nieuw! In de slotscène huilt hij tranen van bevrijding. Het meisje ook. Ze zijn in het reine met zichzelf en kunnen van vooraf aan, van nul opnieuw beginnen.

Mens

De vraagstelling die centraal staat in de films van de Dardennes is “Wat betekent het vandaag om mens te zijn? Maar niet in een algemene of abstracte betekenis, wel kijkend naar concrete en extreme situaties uitgelokt én veroorzaakt door de huidige, alsmaar onmenselijker wordende samenleving.

Vorig jaar brachten de Dardennes niet alleen L’ENFANT ter wereld. Tegelijk verscheen er een boek van Luc Dardenne. Daarin publiceerde hij zijn literair en filosofisch geïnspireerd filmdagboek “Au dos de nos images” 1991-2005. Daarin reflecteert hij over het menselijk en ethisch samenleven in de 20ste en 21ste eeuw, over de inspirerende kracht van de filosofie (Levinas vooral, Arendt, etc.), de bijbel, de literatuur (Dostojevski, Flaubert, Shakespeare, Auster) en film (Bresson, Kieslowski, Pasolini, Pialat, Rossellini, Van der Keuken, Loach). Behalve tal van heerlijke bedenkingen, diepzinnige overpeinzingen, amusante nadenkertjes komen ook zeer concrete dagdagelijkse problemen van het filmmaken vandaag ter sprake.

Redding

Met de onbegrijpelijke – in de betekenis van niet te vatten – verkoop van zijn zoontje aan de ‘adoptiemaffia’ wint Bruno een flinke duit geld maar verliest z’n hoogste goed, de liefde van zijn leven, Sonia. Zijn misstap is niet zomaar recht te zetten als een inschattingsfout. Bruno moet tot op de bodem van zijn ziel zoeken naar het gevoel van respect, zelfrespect ook.

Een verklaring is te vinden in het feit dat Bruno uit een bar koud gezin komt. Heel even zien we een quasi onbetrokken moederfiguur in beeld wanneer Bruno haar nodig heeft om hem een vals alibi te verschaffen. In het hele verhaal is er geen vader – dat gebeurt wel meer bij de Dardennes, is bijna een thema op zich - , slechts een emotioneel koude en spiritueel afwezige moeder (net zoals in ROSETTA).

Even hebben de Dardennes tijdens het productieproces met de idee ‘gespeeld’ om Bruno in L’ENFANT te laten sterven. Bij het bedenken van Bruno’s jonge levensweg en zijn morele strijd hadden de Dardennes 2 films in het achterhoofd: ‘Mouchette’ (1967) van Robert Bresson en ‘Accatone’ (1961) van Pier Paolo Pasolini. In deze filmklassiekers sterven de hoofdpersonages. De leegte die ze laten wordt ingevuld met troostende oude muziek van respectievelijk Claudio Monteverdi en J.S. Bach. Ondanks de trieste, realistische kijk op mens en wereld zonder muziek moeten de personages in hun films worden gered. Bruno gaat niet dood, mag niet dood gaan.

Hoop

De tragische levens- en liefdesgeschiedenis van Bruno & Sonia – eveneens een verhaal van schuld en boete – eindigt met een open einde én op een toon van hoop. Er zit dus wel iets van een missionaris in elk van de broers. Het zijn bescheiden wereldverbeteraars die meeleven met ontredderde mensen, levend en vechtend in de marge van de maatschappij. Hartverwarmend en enigszins bevrijdend is het om te zien hoe deze begenadigde filmmakers het film na film opnemen voor mensen die we niet kennen, misschien ook niet willen kennen of niet willen zien.

Kunst kan de wereld niet redden – zoveel is zeker – maar kunst kan – zoals de unieke filmkunst van Jean-Pierre & Luc Dardenne – ons er wel voortdurend aan herinneren dat ‘redding’ mogelijk is. Altijd en overal.

Bron: Deze recensie is de neerslag van Sartors lezing op de Dag van Spirituele Film, 9 april 2006 in Utrecht.
Freddy Sartor is hoofdredacteur van het Vlaamse filmblad Filmmagie en Cinemagie.

Voor meer informatie: zie IMDB.com.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.