|
De dodenwake
De dodenwake van Fons Rademakers: een klassieker Volgens de Nederlandse cineast Fons Rademakers, die in februari 2007 overleed, is de essentie van film maken verhalen vertellen. Behalve filmverhalen maken, vertelde Rademakers ook graag verhalen over film maken. Tot zijn vaste repertoire in interviews hoorde het verhaal over de montage van zijn debuutfilm ‘Dorp aan de rivier’ waarbij hij het advies overnam van Ingmar Bergman om enkele scènes met de dorpsdokter te schrappen omdat hij anders de sympathie van het publiek voor de hoofdfiguur zou verspelen. Tot woede van zijn eveneens debuterende scenarist Hugo Claus.
Rolf Deen
Rademakers voelde zich in Nederland miskend. Hij klaagde over het eindeloze gesappel om productiegeld bij elkaar te sprokkelen en begreep eigenlijk niet dat zijn genialiteit niet spontaan beloond werd met ruime budgetten. Om te illustreren dat hij in eigen land niet geëerd werd, maar in den vreemde des temeer, vertelde hij vaak over een voorval in Amerika. Hij was daar om een lezing te houden aan een academie. Op weg naar zijn lezing kwam hij langs een filmzaaltje. Daar hoorde hij Nederlandse spreken. Hij vroeg de directeur van de filmacademie die hem begeleidde wat dat was. Die zei: “Daar draait de ‘Nachtwaak’-scène uit Dorp aan de Rivier. That’s a classic. We always show it to our students!” Ondanks zijn voorkeur voor het theaterale en de hyperbool is de typering ‘een klassieker’ volledig van toepassing op de zogenaamdeze nachtwake scène. Behalve dat het cinematografisch een knap staaltje werk is voor zowel een debuterende regisseur als scenarist, is het daarbij ook een document van een grotendeels vervlogen katholieke dorpscultuur. Daarom als eerbetoon aan deze Nederlandse cineast een bespreking van de 8 minuten durende sequentie die begint als de film 19 minuten op dreef is.
Mammeke
In het dorp aan de rivier heeft men publieke geheimen. De ziekte van Mammeke bijvoorbeeld. Zij woont met haar zoons even buiten het dorp. Om haar aandoening te verbergen zit ze zelfs binnenshuis met een doek over haar hoofd. ‘Wij wisten wel wat het was maar praatte daar nooit over’, zegt Cis den Dove, de verteller van het verhaal. Vlak voor de scène met dodenwake voor de molenaarsknecht Lange Lent, die zich verhing, krijgt de kijker een vermoeden van wat het geheim van Mammeke is. Mammeke en haar huisgenote praten over de dode Lent, die volgens hen erfelijk belast was met krankzinnigheid. Mammeke zegt: “Wat hij had was erger dan wat ik heb, hè. Ik was een mooie vrouw. Tot híj gekomen is. Eén nacht is hij gebleven. Ik ben d’r lelijk voor gestraft. Soms denk ik wel eens: ik wou dat ik dood was, net als Lange Lent.” Na een close-up van Mammeke’s bedekte hoofd gaat het beeld op zwart en is het volgende shot een close-up van de dode Lange Lent in zijn kist. Aanvang van de nachtwake sequentie.
Aangeschoten doodbidders
De sequentie bestaat uit 52 shots die je kunt onderverdelen in 8 scènes. Weinig tekst en veel stil spel. Een knappe wisseling van langzame en snelle shots voert de sequentie via oplopende spanning naar een verassende ontlading. De meeste shot zijn medium-close of close-up gedraaid, er zijn slechts vier medium en vijf totaalshots. De belichting is hard en verbeeldt de slagschaduwen die de kaarsen aan het hoofdeinde van de kist veroorzaken. De camera maakt slechts vier keer een pan en twee keer een zoom, de eerste keer tijdens het lange openingshot (28 sec.). Terwijl we het opgebonden hoofd van de dode zien horen we gemompel van mannenstemmen. De uitzoom maakt langzaam duidelijk dat het om een dodenwake gaat. Naast het hoofdeinde van de kist zitten de dorpsfiguren Ome Jan en Janus van Lange Dirk. In het volgende shot zien we de voorbidder Drammertje aan het voeteneinde van de kist het Wees Gegroet aanheffen. Voor hem op de rand van de ruwhouten kist staat een borrelglaasje. Hij pakt het glas en gebaart naar Ome Jan dat hij er nog een blieft. Nu komt ook het kale hoofd van de vierde man, Pale Pie, in beeld die met dikke tong jammert: ‘Die Lange Lent!’ Ome Jan sombert mee: ‘Het leven is onzeker.’ Nu is het inmiddels duidelijk: deze vier mannen zijn aangeschoten.
Dood gespest
Het dorp kan nog zo discreet zijn over de publieke geheimen, als er drank in het spel is komt de waarheid op tafel. Janus staat op en spreekt het geheim uit: Lange Lent heeft zich verhangen omdat zijn wijf hem heeft gepest. Plotseling klinkt er gesnurk en kijken de mannen angstig naar het plafond. Het is de vrouw van Lange Lent die boven rustig ligt te slapen. Hoe kán ze, vraagt Pale Pie zich af: “Nadat ze die man heeft dood gepest.” Als Janus de conclusie heeft getrokken dat vrouwen mannen tot waanzin kunnen drijven, zit iedereen weer en worden de mannen van verveling baldadig. Aangevoerd door Drammertje voeren ze in het licht van de kandelaars een halfdronken schaduwspel op de muur op. Ze lachen en schenken nog maar eens keer in. Wij zijn op de helft van de sequenties, de sfeer is duidelijk: het gaat om een lange nachtwake waar door drank en verveling onder vier mannen, die het rozenkransgebed horen te bidden, de meligheid toeslaat. Een onschuldig dorpstafereel totdat…
Dreigende montage
De eerste keer dat de spanning oploopt gebeurt dat in 7 shots die ‘dreigend’ gemonteerd zijn (24” – 12” – 2” – 42” – 4” – 5” – 2”). In een lang shot (24”) schenken de mannen hangend boven de kist nog eens in, heffen het glas en drinken spottend op de gezondheid van de dode. Dan blijven we 12 seconden lang bij Janus die zijn blik naar binnen keert, nadenkt en dan zijn hoofd naar de dode Lent keert. Dan 2 seconden een close-up van het lijk. Daarna het langste shot van de hele sequentie: vlak boven het hoofd van de dode drijft Janus de spot met Lent. In een snelle shotwisseling (4” – 5” – 2”) daagt Pale Pie Janus uit door hem spottend een ‘durver’ te noemen. Ome Jan sust het. Maar dan stookt onverwacht Drammertje het vuurtje weer op en lokt hij Pale Pie uit zijn tent: “Dat kunnen ze van jou niet zeggen, hè Pale Pie!?” De close-ups en medium-close shots van de mannengezichten wisselen elkaar in hoog tempo af (8”- 3”- 3” – 3”- 2” – 4” – 2” – 2” – 6”). Vooral de kale kop van Pie ziet er griezelig uit onder het harde licht dat van één kant komt. In het laatste shot probeert Ome Jan weer te sussen: “Tut, tut. Laat ons maar weer bidden”. Drammertje zegt de eerste zinnen van het Onze Vader, maar zijn intonatie klinkt niet als een gebed maar als een sneer naar Pie, die hij recht blijft aankijken.
Climax
Dan volgt de climax en in die climax wordt een verbinding gemaakt met de voorgaande sequentie die eindigde met de doek over het hoofd van Mammeke. Terwijl het Onze Vader klinkt zien we 26 seconden lang de gladde kop van Pale Pie in beeld, die snoevend kwader en kwader wordt en dan dreigend zegt: “Kende gij de ziekte van Mammeke? Durfde gij Mammeke d’r doek van d’r kop te trekken?” In een lang close-up van 25 seconden zweert Pie vlak boven het gezicht van de dode: “Van Lent. Ik zweer bij oe lijk, dat ik zal doen wat Janus van Lange Dirk niet durft. En dat ik Mammeke d’r doek van d’r kop zal trekken!” Korte shots (2”- 1” – 1”) registeren de angst op de gezichten van de anderen. Ome Jan probeert het een laatste keer: “Wat doen we nou. Waken we nou zo of het hoort of nie?” Pie: “Ge het mijne eed gehoord!” Drammertje verschrikt: “Gij zijt gek geworden!”
Eerwraak
De afsluiting begint met Ome Jan die Pie nog probeert te vermurwen door op de eer van Mammeke’s zoons te wijzen. Dan loopt de scène snel af en eindigt met een dreigend shot van Pale Pie’s woedende gezicht dat iets van onderaf door de camera wordt aangeschoten. Pie is namelijk in de vorige scène opgestaan en naar de deur gelopen terwijl de camera op de zelfde hoogte is blijven staan als waarin alle zittende shots zijn genomen. Een prachtig dreigend slot: “Ge hebt mijne eed gehoord en ik zal mijn eed houen!” Dan volgt een overvloeier naar Mammeke’s huis aan de dijk. We horen Mammeke gillen en zien Pale Pie het huisje uitrennen. Even later blijkt uit de gesprekken in het café dat de zoons van Mammeke hun eer gewroken hebben door Pie met een bijl de schedel in te slaan.
Onconventionele individualist
Behalve dat de dodenwake sequentie filmtechnisch knap in elkaar zit, is hij door de plaats in het scenario ook een van de sleutelscènes van het verhaal. De broeierige sfeer van het dorp komt er in compacte vorm uit naar voren. Alle thema’s die in het verhaal schuilen zitten in deze wake: dood, dubbele moraal, wraakzucht, eerwraak en lafheid. Tegenover de dodenwake sequenties staat de sequentie na het overlijden van de doktersvrouw. In plaats van een broeierige dorpse nachtwake met het rozenkransgebed, zien we een statige rouwkamer. Taeke roept zijn zoons binnen, die kijken met ingehouden verdriet hoe hun vader het deksel van de kist haalt om hun moeder nog een keer aan hen te tonen. Dan schroeft hij het deksel op de kist. Hij begraaft ’s nachts in het geheim zijn vrouw achter in de tuin van het huis en de volgende dag zakt tijdens de officiële begrafenis een kist met stenen in het graf op het kerkhof. De manier waarop de dokter met de dood van zijn vrouw omgaat vormt een contrast met de boerse dodenwake door de vier dorpelingen en Rademakers onderstreept hiermee de heldenrol van dokter Taeke als onconventionele individualist. Mogelijk voor een deel een zelfportret.
|