Back to Gaya

De animatiefilm Back to Gaya (2004) is vormtechnisch niet de beste in zijn soort, maar vertelt wel een onderhoudend verhaal met een filosofische boodschap, die ook geschikt is voor kinderen. De tekenfilmfiguren Boo en Zino komen in opstand tegen hun schrijver-schepper om hun verloren paradijs te redden.

Frank G. Bosman

In het land Gaya beleven de slimme uitvinder Boo en de niet al te snuggere Zino allerlei avonturen. Op het grote marktplein staat een magisch kristal, de 'Dalamiet', waarvan Gaya zijn energie krijgt. Als die gestolen wordt, breekt de film door de zogenaamde 'vierde wand' heen. Boo en Zino komen er achter dat ze figuranten zijn in een tekenfilmserie op de tv. Ze hebben geen vrije wil in de film. Alles wat zij doen en zeggen is vooraf vastgelegd door hun schrijver-schepper.

Onafhankelijk

Back to Gaia
is geproduceerd door Lenard Fritz Krawinkel die een onafhankelijke studio leidt. Het is op zich al eens een verademing om een goede animatiefilm te zien die niet van Disney, Dreamworks of Pixar afkomstig is. Hoe goed de films uit die studio’s ook zijn. De kwaliteit van Gaya laat wel wat te wensen over, vooral bij wie door en door verwend door de beeldkwaliteit van met name Pixar. In Gaya werden sommige scènes met de hand ingetekend, terwijl andere feitelijk 'overgetrokken' zijn van real live-acteurs. De mix van die twee stijlen gaat vaak niet helemaal goed en ook de gezichtsuitdrukkingen zijn wat vlak.

Filosofische vragen

De inhoud van Gaia maakt veel goed. Krawinkel presenteert een loepzuivere filosofische boodschap op een niveau dat ook jonge kinderen tot nadenken aanzet. Dat is op zich al een grote prestatie, vooral omdat de regisseur het zeurderige, morele vingertje van bijvoorbeeld zijn concurrent Disney weglaat. Boo en Zino komen er achter dat ze slechts poppen zijn, en dat hun wereld slechts een fictie, een droom is. Dat op zich stelt al genoeg metafysische vragen: wat is de realiteit die wij om ons heen bedenken? Is it real of zitten we in de droom van een draak, zoals een Oosterse legenda ons verhaalt?

Vrije wil

Boo en Zino komen er achter dat ze geen vrije wil hebben. Alles wat zij ooit gedacht, gedaan en gezegd hebben, komt uit de koker van hun schrijver, die zij dan ook als 'hun schepper' aanspreken. Opmerkelijk is dat Krawinkel de vrije wil vervolgens definieert als gebaseerd op een juist verstaan van het eigen bestaan. Pas als Zino en Boo begrijpen dat ze onvrij waren, zijn ze in staat zich ervan te bevrijden. Het is niet erg dat je in het verhaal van een ander zit, als je dat maar weet. Aan het einde van de film wordt dat mooi geïllustreerd door een soort trol die zijn eigen met een writers’ block kampende schrijver opbelt om hem eens precies te vertellen wat hij allemaal doen moet. Het is uiteindelijk een metafysisch verstaan dat de mens bevrijdt van de feitelijke gevangenis van het bestaan, de onwetendheid over het eigen bestaan.
Gaya lijkt in die zin ook een verwijzing naar de 'grot van Plato'. In deze metafoor beschrijft de Griekse wijsgeer de mens als starende naar de schaduwen van mensen en dingen, zonder te zien wie de schaduwen maken. De realiteit die wij om ons heen zien, aldus Plato, is slechts een afspiegeling van de echter wereld. Gaya is de schaduw, de wereld van de schepper-schrijver het vuur.

Oermoeder

Gaya
roept nog een andere associatie op, Gaya is de Griekse naam voor de mythologische oermoeder van goden en mensen, die alles wat bestaat gebaard heeft. In die zin is de wereld van Zino en Boo ook hun 'Eden', het paradijs dat zijn glans lijkt te hebben verloren nu de gevallen mens weet heeft van het beperkte karakter van het paradijs. Zoals Boo moeite heeft om terug te keren naar de wereld van het verhaal, juist omdat hij weet dat het 'maar' verzonnen is, zo verlangt de mens terug naar zijn verloren Eden, maar weet hij tegelijk dat het paradijs definitief zijn initiële bekoring verloren heeft.

Adam en Eva

De opstand van de animatiefiguren tegen hun schepper-schrijver lijkt natuurlijk op die van Adam en Eva, die zich tegen het gebod van hun God verzette. En voor die kennis betaalden zij met hun sterfelijkheid. Boudewijn de Groot heeft deze bijna artistieke opstand tegen God schitterend beschreven in zijn lied Eva. De schepper-schilder zingt: " De verf die ik morste // vliegt plotseling in brand, // het pallet valt vlammend uit mijn hand. // De aarde zwaait open, // ik zie haar lopen // in mijn eigen groene gras. // Wil jij soms wit wezen // dat ik je niet ken // en dat ik niet almachtig ben. // Je wilt me vergeten, // mijn vruchten eten // en me bedriegen met je man."

Back to Gaya is zowel het verlangen naar het verloren paradijs, als het besef dat het in zijn oude vorm voor altijd verloren is.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.