Autumn in New York

‘Autumn in New York’ (2000), de tweede film van Chinees-Amerikaans regisseur Joan Chen, is een tranentrekker met een toch beetje diepgang. Oudere man (Richard Gere) wordt verliefd op jonge vrouw (Winona Ryder) die terminaal ziek blijkt te zijn. “Verzoening” en “leven in gestolen tijd” zijn thema’s die een bodem leggen onder deze klassieke romantische Hollywood film. Een voorzichtige aanrader, vooral als je van Gere en Ryder houdt.

Frank G. Bosman

Autumn in New YorkHet verhaal is van een basale eenvoud. Will Keane (Richard Gere) is een rijke, oudere rokkenjager die valt voor de naïeve en ontwapenende schoonheid van een tweeëntwintigjarig terminaal zieke vrouw,   Charlotte Fielding (Winona Ryder). Voor zij in zijn armen sterft, brengt zij een radicale bekering in hem teweeg, waardoor hij zich kan verzoenen met zijn dochter, die hij eerder nooit gezien heeft, en met zijn pasgeboren kleinzoon. De film hangt van clichés aan elkaar, maar het spel van Gere en Ryder is goed en ingetogen; langzaam bijna. De film krijgt de tijd het thema uit te spinnen. New York wordt stemmig in herfstkleuren en later in kerstsneeuw in beeld gebracht. Het is een klassieke romantische tranentrekker uit de 'beste' Hollywood traditie, maar toch zijn er enkele elementen die in het oog springen.

Verzoening

Als eerste is er het thema van de verzoening. Wills dochter groeit op zonder dat haar vader aanwezig is. Ze hebben slechts één oude foto van elkaar. Hij heeft nooit de moed op kunnen brengen om met haar contact te zoeken, noch heeft zij contact met hem gezocht. Als zij zwanger raakt, staat ze bij hem op de stoep: “Ik heb iets met familie de laatste tijd.” Het eerste contact loopt op niets uit: de stellingen waarin zij zich al die jaren ingegraven hebben, zijn te diep om direct overwonnen te kunnen worden. Wills liefde voor de jonge Charlotte doet echter niet alleen zijn houding tegenover vrouwen in het algemeen veranderen, maar ook tegenover zijn dochter, die nota bene van ongeveer dezelfde leeftijd is als zijn geliefde. Het is ook zijn dochter bij wie Will als eerste zijn hart lucht wanneer hij verneemt dat zijn liefde niet meer te redden is. Hij verontschuldigt zich nog: “I shouldn't be here”. Toch is het pas de dood van Charlotte die hen daadwerkelijk bij elkaar brengt: het opengeslagen hart (in beide betekenissen van het woord) dat zij achterlaat in hem wordt opgevuld door zijn dochter en kleinzoon.

Gestolen tijd

Het tweede thema is 'stealing time', hoewel dat nergens zo genoemd wordt. Tijdens hun eerste date vraagt Charlotte het horloge van Will. “When do I get it back?” - “When you don't remember that you lost it.” Als zij aan het einde van de film een noodzakelijke, maar zeer riskante operatie niet overleeft, vindt Will in haar appartement een speciaal versierd doosje (meisje is hoedenmaker). In dat doosje vindt hij zijn horloge terug. Dat is het moment in de film dat de binnenvetter breekt en zijn tranen de vrije loop laat. Door de periode die zij samen hebben beleefd – slechts enkele maanden – is de tijd even stilgezet. Het is een cliché, maar in deze film is het geloofwaardig. Charlotte leeft in 'geleende tijd', tijd die Will voor haar steelt door haar zielsgelukkig te maken. Zijn horloge is daar het symbool van. Zijn 'opengeslagen hart' kan nu alleen door de tijd heen worden geheeld door zijn dochter en kleinzoon.

Voor meer informatie: zie imdb.com.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.