Adam’s Apples

“En een appeltaart zult gij bakken”
In de film Adam’s Apples, komt Adam op een dag aan in het dorpje op het Deense platteland waar de naïeve, humorloze dominee Ivan werkt aan zijn levensopdracht: van zijn gemeente een groot idyllisch rehabilitatiecentrum maken. Als Ivan aan Adam vraagt wat hij wil bereiken en Adam grapt dat hij een appeltaart wil bakken, gaat Ivan daar serieus op in. Aan Adam wordt de zorg van de appelboom toevertrouwd. Een ogenschijnlijk eenvoudige klus maar als de boom wordt bezocht door rampen van bijbelse omvang ontvouwt zich het drama van de langzame bekering van Adam.

Rolf Deen

Adam’s Apples is een zwarte komedie van de Deense regisseur Thomas Jensen over de neo-nazi Adam (Ulrich Thomson) die zijn alternatieve straf komt vervullen bij de onverbeterlijk positieve Lutherse dominee Ivan (Mads Mikkelsen). De humor in de film doet denken aan de beroemde verhaspelde bijbelvertelling van cabaretier Hans Teeuwen waarin hij allerhande sprookjes, bijbelteksten en filmscenario’s door elkaar husselt om zoals hij zegt: “mensen die niet weten waar de bijbel over gaat, het ff uit te leggen”. Dan komen er onnavolgbare wendingen uit als deze: “Drie wijven uit het oosten die broodkruimels strooiden om de weg niet kwijt te raken. Jezus maakte van de kruimels vissen en zei tegen ze: sta op en loop!” In dit geval heeft de cineast o.a. de Bijbelboeken Genesis, Exodus en Job verknipt en de verkeerde uiteinden met het plakband van hedendaagse verhalen aan elkaar geplakt. Het wonderlijk effect is dat je zowaar kunt lachen om het antwoord dat deze film geeft op de hoofdvraag van het boek Job: waar komt het kwaad vandaan? Van satan! Van God! Oh nee, toch van satan. Of toch van God?

Job

Hoe het ook zij met de bron van alle kwaad, dominee Ivan blijft positief. Zijn figuur is ontleend aan de raamvertelling van het boek Job. Zoals Job wordt Ivan bovenmatig getroffen door allerlei rampen: een vrouw die zelfmoord pleegt, een zwaar gehandicapt kind, een zedeloze zus die sterft, een lege kerk, een hersentumor, een huis vol te rehabiliteren criminelen die onder zijn ogen alles doen wat de reclassering heeft verboden: drinken, stelen, terroristische aanslagen beramen. Maar net als de Job uit de Bijbelse raamvertelling is de enige reactie die al die ellende bij hem oproept blijmoedige gelatenheid: “De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen. Gezegend is de naam des Heren.” We leren een andere Job kennen in het derde hoofdstuk van het boek Job, dat opent met de frase: “Hierna opende Job zijn mond en vervloekte zijn bestaan”. Dit alterego van Job wordt in de film verbeeld door de figuur van de neonazi Adam.

Prettig gestoord

Typisch voor deze prettig gestoorde komedie is de scène waarin Ivan ontdekt dat Adam het kruisbeeld op zijn kamer vervangen heeft voor een portret van Hitler en vraagt: 'Wat een knappe man, is dat je vader?' Of nadat Adam het er letterlijk bij Ivan in heeft proberen te rammen dat het kwaad bestaat en Ivan even later bebloed de keuken in strompelt en zegt: "Ik ga naar het ziekenhuis, moet ik voor iemand iets meebrengen?" Tegen zoveel positivisme is zelfs satan niet opgewassen. Een goede cast, poëtisch camerawerk dat mooi contrasteert met de harde inhoud, een soundtrack met echte filmische muziek maakt van deze film een belevenis die amuseert, verwart en de centrale vraag van het boek Job op verrassende manier over het voetlicht brengt.

Download als pdf

Voor meer informatie: zie Cinema.nl.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.