|
Black Butterflies
“Het kind is niet dood /het kind heft zijn vuist naar zijn moeder/ die Afrika schreeuwt (…) Het kind is niet dood / noch bij Langa noch bij Nyanga,/ noch bij Orlando, noch bij Sharpeville/ noch bij het politiebureau van Philippi/ waar het ligt met een kogel door zijn hoofd”. In zijn eerste toespraak in het Zuid-Afrikaanse parlement citeerde Nelson Mandela dit gedicht van Ingrid Jonker (1933 – 1965). Daarmee gaf hij haar een belangrijke stem, wekte haar tot leven. Zij was als blanke vrouw ‘noch wit, noch zwart’, een bijzonder mens. De film Black Butterflies van Paula van der Oest, met Carice van Houten, Liam Cunningham en Rutger Hauer in de hoofdrollen is van een bijzondere diepgang en schoonheid, en trekt je mee in de diepere stromen van het turbulente leven van Ingrid Jonker. Een leven dat meegevoerd wordt op de onderstromen van emoties en relaties.
Marcel Elsenaar
Black Butterflies opent met beelden van het gezicht van een meisje dat langs de zee loopt, een vis krijgt van de vissers op het strand en daarmee naar huis loopt op haar blote voetjes. Zo begon haar leven, voor de dood van haar moeder en haar oma. De idyllische plaatjes van Zuid-Afrika, heerlijke beelden aan het strand, gezellige feestjes van het kunstenaarscollectief waar Ingrid zich bij aansluit kunnen niet verbergen dat het leven van Ingrid problematisch is. Zij is onaangepast en vrij, impulsief en hartstochtelijk op zoek naar liefde.
Het drama in de film is met name opgebouwd rond haar relatie met Jack Cope, een schrijver die zij leert kennen als ze bijna verdrinkt in zee. Als hij naar haar toe gezwommen is zegt hij: “je moet niet tegen de stroom in zwemmen, maar je moet er uit zwemmen!” Met grote inspanning lukt het hem om haar te redden. Uitgeput zien we ze op het strand liggen. Later schrijft zij een gedicht voor hem waarin zij hem zegt: “Ren naar het licht toe, Jack, je moet er niet er van wegrennen.”Zo begint een turbulente relatie, waar je als kijker voortdurend de kracht van aantrekking en tegelijk de onmogelijkheid en afstand voelt.
De tweede verhaallijn gaat meer in op het Zuid-Afrika in de tijd van Apartheid. De vader van Ingrid (Rutger Hauer) verscheurt op een van de aangrijpendste momenten haar gedichten. Hij wil haar nooit meer zien, omdat ze hem te schande maakt. Hij is trots op zijn functie als voorzitter van de parlementaire commissie die censuur (op schrijvers) moet aanscherpen, die hij dank zij de regering van Verwoerd heeft gekregen. En die regering vertegenwoordigt weer alles wat Ingrid verafschuwt. Toch is het niet de apartheidspolitiek die op de voorgrond treedt.
Het onderwerp dat Van der Oest heeft gekozen is immers niet de morele veroordeling van dat regime,zoals veel andere Zuid-Afrika-films, maar het dichterschap van Ingrid Jonker. Menigeen zal verstild de bioscoop verlaten en voelen hoe waardevol het is dat mensen een stem geven aan hun binnenste, en zich tegelijk realiseren hoe kwetsbaar een kostbaar mens kan zijn die leeft op de toppen van het leven, met de dood verstikkend nabij.
|