Schuld en verzoening in de hemel van Tom Tykwer

Rolf Deen

1. Voorbeschouwing (te lezen voor het zien van de film)

Het scenario van Heaven heeft Tom Tykwer geschreven op basis van een onvoltooid scenario van de Poolse cineast Krzystof Kieslowski en zijn vast co-auteur Krzystof Piesiewicz. Zij waren van plan een trilogie te maken: Hemel – Hel – Vagevuur. Kieslowski overleed in 1996 onverwacht aan een hartaanval. Kieslowski is in Nederland o.a. bekend geworden door de monumentale televisieserie Dekaloog waarin de dagelijkse toepassing en het belang van de tien geboden werd onderzocht. Kieslowski liet met deze films zien hoe ‘gewone mensen’ omgaan met zaken van spiritualiteit en verlossing. Ook zonder dat altijd duidelijk te benoemen. Deze film – Heaven van Tom Tykwer – roept duidelijk associaties op met het oeuvre van Kieslowski, met zijn vage meestal abstracte titels, bijvoorbeeld van een andere trilogie “Trois couleur: Rouge, Blanc en Bleu”; een oeuvre waarin hij een atheïstische, humanistische interpretatie geeft van katholieke vraagstukken. Tykwer voelde zich bij het lezen van het draaiboek direct ermee verwant, alsof hij het zelf had geschreven. Niet alleen op het niveau van het plot, het ‘verhaaltje’ (dat zoals wel vaker bij hem ‘flinterdun’ is) maar op een dieper niveau van gevoel en sfeer. Hij zegt letterlijk in een interview: “Ik had heel sterk het gevoel, dat het draaiboek aansluit bij thema’s, die ik in mijn films ook heb opgepakt.” Kieslowski en Tykwer zijn zielsverwant als het gaat om thema’s als: de speling van het lot en toeval, de rol van schuld, boete en vergeving en de (alledaagse) hunkering naar verlossing van gewone mensen die daardoor in bijzondere situaties terecht komen.

2. De stijl van Tykwer

Tykwer schept een heel eigen sprookjesachtige sfeer (niet in de idyllische zin van het woord, maar meer in de oorspronkelijke Grimm-achtige betekenis van het woord). Het zijn echte auteurfilms. Tykwer schrijft de scenario’s hoofdzakelijk zelf, componeert veel van de muziek en werkt met een vaste crew. Camerawerk en montage zijn meestal in dezelfde handen. Ook nu zit er weer eigen muziek in, maar deze film valt op door de muziekkeuze: de Estische componist Arvo Pärt. Let op die bijzondere muziek. Samen met de heel eigen beeldtaal van Tykwer werkt die hypnotiserend en heb je, meer nog dan bij andere films, het gevoel dat je een andere wereld binnengezogen wordt.

“Beweging” is heel belangrijk voor Tom Tykwer (“Lola rennt” als schoolvoorbeeld). Hij geeft cinematografie, movie, Kino, zijn oorspronkelijke betekenis terug. Hij schrijft zijn verhaal letterlijk met beweging. (Doordat wij zelf stil zitten in het donker heeft die beweging van de cinema extra impact). In film zitten verschillende soorten beweging: de mensen en dingen op het ‘plaatje’ bewegen (idem als bij theater); het verhaal beweegt (idem als bij theater); de camera beweegt en de montage levert een beweging op. Tykwer en zijn team gebruiken de camera zo:

  • Vloeiende en glijdende bewegingen (rijders tijden het verhoor)
  • Plotseling in een ruimte binnengaan met de camera (bijv. tunnelshots en tunnelbewegingen).
    Met de camera een opvlakte, gezichten of figuren aftasten (bijv. tijdens het verhoor; slaapscènes versterkt met een trage zoom)
  • Met de camera om personen heen rijden en die cirkelbeweging afbreken en opnieuw beginnen (bijv. bij de biechtscène)
  • Vliegen en zweven met de camera (aan het begin met een vliegsimulator; midden in de film als een trein de tunnel uitkomt; aan het einde van film – betekenisvol in een film die Heaven heet)
  • Eigenlijk dringt Tykwer met deze bewegingen in zijn films alsmaar aan zijn hoofdpersonen en de toeschouwer de levensbeschouwelijke vragen op: Waar ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naar toe?

Tykwer speelt met de zenuwen van de kijker door “suspense” net zo goed te beheersen als Hitchcock. “Suspense” is volgens Hitchcock het tegenovergestelde van “surprise”.

Surprise = er gebeurt iets waar je als toeschouwer en als filmpersonage niet op rekent. Er ontploft plotseling een bom!
Suspense = je verwacht als toeschouwer dat er iets gebeurt, want je hebt meer informatie dan de filmpersonages, maar het gebeurt niet en deze spanning wordt opzettelijk lang aangehouden. Alleen de toeschouwer ziet een tikkende bom onder de tafel maar hij ontploft niet.

Tykwer combineert “suspense” op een meesterlijke manier met “surprise” en streeft in die zin de maestro Hitchcock voorbij.

3. Nabeschouwing (te lezen na het zien van de film)

Heaven zou oorspronkelijk in oktober 2001 in première gaan, maar werd teruggetrokken vanwege de gebeurtenissen op 11 september 2001 in New York. Daarmee is direct aangegeven dat heel veel mensen dachten dat deze film sympathiek staat tegenover terrorisme. “Goede terroristen komen in de hemel”, stond er boven een recensie.

Hoe kijkt deze film aan tegen de tirannenmoord en de dood van onschuldige slachtoffers door Filippa? Dat is de vraag. Heaven gaar over schuld, boete, verzoening en verlossing. Maar hoe? “Ik wou de vragen zo precies mogelijk stellen, maar geen antwoorden formuleren”, zegt Tykwer zelf. Hoe stelt Tykwer deze vraag, met welke cinematografische middelen?

4. Drie vragen over deze film:

  1. Hoe krijgt Tykwer het voor elkaar dat mijn sympathie uitgaat naar de protagonist tragische heldin Filippa en haar medeplichtige Filippo en niet naar de antagonist de drugsbaron Vendice?
  2. Hoe brengt de filmer de aanslag op Vendice in beeld en wat zegt hij daarmee over schuld en boete?
  3. Als er sprake is van schuld en afkeuring van de aanslag, hoe komen de daders dan tot boete, verzoening en verlossing?

5. Philippa

Aan het begin van de film zien we Philippa heel gedecideerd bezig met de voorbereidingen van de aanslag. Ze stapt schijnbaar rechtlijnig en koelbloedig op haar doel af. Ze is donker gekleed en heeft een zwarte zonnebril op. De kleur van het kwaad. Maar de koelbloedige rechtlijnigheid vertoont barsten: ze ademt zenuwachtig, raakt bijgelovig het verveloze hout van de deurpost aan bij het verlaten van haar appartement, de schrikt zenuwachtig als ze op weg naar de aanslag bijna aangereden wordt door een scooter. Ze komt bij nader inzien over als een gebroken en breekbare vrouw ook op de momenten dat ze zeker wil overkomen. Het pistool trilt in haar handen als Filippo het aangeeft en als zij het richt op Vendice. Philippa verricht haar daden vanuit vertwijfeling en wanhoop.

Heel vaak wordt Philippa door de camera van bovenaf gefilmd, daardoor wordt zij nog ongevaarlijker en kleiner dan zij al is door haar tengere bouw. Een van de weinige moment waarop de camera haar van onderen filmt, is wanneer zijn Filippo op de zolder van het bureau vertelt dat zij meewerkte aan haar ontsnapping om Vendice te kunne vermoorden. Van onderaf lijken mensen dreigend en dominant. De camera zegt: zij is een gevaar voor Vendice.

Maar de filmer blijft moeite doen om Philippa (en Filippo) als een ongevaarlijk en onschuldig over te laten komen. De camera zweeft na de moord op de twee af die als engelen liggen te slapen op de vloer van de zolder. Door lichtval en belichting krijgen beiden iets ijls.

Daarbij komt: ‘wit’ staat voor ‘goed’ en ‘rein’. Na de aanslag en de moord dragen Philippa en Filippo een wit T-shirt. Philippa heeft haar zwarte leren jack verwisselt voor een helblauw sweatshirt met capuchon en Filippo heeft zijn zwarte uniform (met wit i.p.v. blauw overhemd) ook uitgedaan en draagt de rest van de film wit. De film maakt dus gebruik van het bekende wit/zwart schema voor goed en kwaad.

Filippo is een soort beschermengel van Philippa. Hij bevrijdt haar uit haar fysieke gevangenis en gaandeweg ook uit haar mentale gevangenis. Dat Filippo een soort engel is blijkt uit: hij verschijnt vanuit de achtergrond en mengt zich als angelos (boodschapper), vertaler tussen Philippa en de politie (strenge symmetrische beeldcompositie) en beschikt plotseling over onvermoede vaardigheden. Bovendien kan hij vliegen (vluchtsimulator aan het begin van de film) Als 22 jarige heeft hij zijn baan aan zijn vader te danken, plast hij in zijn bed zoals hij op zijn 12e nog deed. Kortom hij is geen volgroeide volwassen man. De vrij onbezonnen en “ik zie wel hoe het loopt” manier waarop hij Philippa bevrijdt duidt er op dat hij als een engel door een hogere macht wordt geleid. Bovendien heten zowel zijn vader als zijn broer Ariël, de naam van een engel.

De broer van Filippo, een leerling van Philippa, zegt woordelijk, wat de rest van de film met beelden vertelt: Philippa is een goed mens.

6. Vendice

Vendice verpersoonlijkt het kwaad in Heaven. Hij is verantwoordelijk voor de dood van Philippa’s man en vaneen leerlinge, dat horen wij tijdens het verhoor, bovendien helpt hij veel jongeren aan de verdovende middelen. Via het getuigenis van Philippa, de corrupte relatie met commandant Pini krijgen wij een antipathie voor hem.

Hij wordt afgebeeld als een stereotype maffioos; in een donkere omgeving, rokerige kamer, consequent een beetje schuin van onderen gefilmd, wat zijn macht benadrukt. Ook zijn menselijke kant wordt getoond: hij telefoneert twee keer met zijn vrouw om zich te verontschuldigen voor zijn afwezigheid thuis. Hij is dus niet alleen drugbaron maar ook zorgzame echtgenoot, die op tijd thuis wil zijn. De werkster die Philippa bijna snappen in de wasruimte, beklagen hem door te vertellen hoe verschrikkelijk het geweerschot zijn gezicht had toegetakeld.

Ondanks deze menselijk kant heeft Vendice geen deel aan de verlossing. Als Philippa het wapen op hem richt, bevestigt hij dat hij zich haar herinnert (m.a.w. hij geeft toe dat hij haar gezien heeft in de verhoorruimte), maar toont geen berouw, hij probeert juist aan de situatie te ontvluchten. Als dat niet lukt, probeert hij Philippa het wapen afhandig te maken. Dan valt aan onze ogen onttrokken het schot en ligt hij in het donker. Niets verlicht dat donker waar in hij achterblijft. Voor hem geen hemelvaart, zoals voor de onschuldige slachtoffers in de lift, of zoals voor Philippa en Filippo later in de film.

7. De aanslag

(De aanslag is een voorbeeld van een sequentie waarin Tykwer suspense en surprise combineert.) Een vrouw knutselt in haar appartement een tijdbom in elkaar. Vervolgens loopt ze vastbesloten in Turijn op een markant gebouw af. Het gebouw, een wolkenkrabber van spiegelglas, die helemaal niet bij de rest van de oude stad past. De camera filmt het gebouw schuin van onderen als Philippa er op toeloopt en we zien dat het imposante gevaarte de zon m.a.w. het licht verbergt. De hoogte en de omvang van het gebouw wordt door en zeer lage camerapositie benadrukt en de nietigheid van Philippa door een shot vanaf de hoogte van het gebouw. Philippa gaat als een Don Quichot af op een windmolen. Hoe kan zij ooit met haar kleine bom iets aanrichten tegen zo’n kolos met lange doolhofachtige gangen?

Als Philippa de bom heeft geplaatst zien een vader met twee dochters op het gebouw toelopen; de camerapositie is nu bijna op ooghoogte, waardoor het gebouw voor deze mensen geen bedreiging is. De meisjes willen met de lift. De meisjes tellen het aantal verdiepingen, dit voert de spanning op als een soort final countdown. We zien achter de vader en zijn dochters snel Philippa voorbij lopen. Het oudste dochtertje ziet haar lopen en kijkt haar na. Door toeval ziet zijn voor de eerste en de laatste keer de vrouw die voor haar dood en die van haar vader en zusje verantwoordelijk is.

Philippa loopt doelbewust op de telefooncel af, haar passen volgen stak het patroon van de straattegels. Steeds, al vanaf dat zij het appartement verliet, staat Philippa in het centrum van het beeld. Soms zo close-up dat het voor ons als toeschouwers moeilijk te bepalen is wat of wie er om haar heen is. Philippa neemt de wereld om haar amper waar, het camerawerk benadrukt dit. Philippa wordt monomaan gedreven door haar eigen geweten en bedoelingen.

Zij wil geen onschuldige slachtoffers maken en belt de secretaresse om haar in veiligheid te brengen. Zij belt de politie en in een soort telefonische boeteritus rechtvaardigt ze wat er door haar toedoen te gebeuren staat: over 40 seconden ontploft er een bom. Ze biecht haar naam op en verklaart haar daad als een soort tirannenmoord; niets anders heeft geholpen daarom gebeurt het nu volgens haar eigen logica van gerechtigheid.

Philippa verdwijnt met de roltrap de aarde in achter haar zien we op de wolkenkrabber de lift met de vader, de dochters en de werkster omhoog klimmen. Kort daarop ontploft de bom in de lift. Terwijl we de schuldige Philippa in de onderwereld zien afdalen stijgt de lift met de onschuldigen omhoog. Vlak voor ze hun lot tegemoet gaan, komen wij te weten dat het rechtschapen mensen zijn: de poetsvrouw is beleefd bereid te wachten op de volgende lift en de vader zegt wellevend dat er genoeg plaats is. Het toeval in de vorm van een werkster sleurt ze de dood in, regelrecht naar de hemel. Het hemelse schijnsel komt na de klap door de spleet van de liftdeur. Wij blijven achter voor de ontzette liftdeuren.

8. Schuld

De donkerste ogenblikken in de film zijn die vlak voor en vlak na de aanslag. Wij kijken naar de liftdeuren, de aarde scheurt en dan is het volledig donker. Daarna overvalt de politie, nog steeds in het donker, de flat van Philippa. Voordat we Philippa in haar cel zien zitten, vliegen we kort boven het strakke claustrofobische stratenpatroon van Turijn en verschijnt de titel van de film in beeld: Heaven. Philippa is gevangen en dat blijft de film op allerlei manieren benadrukken: als we tralies zelf niet zien, zien wel hun schaduw over Philippa heenvallen, in de verhoorkamer zitten verschillende mensen en de wanden met mappen in een strak geometrische patroon als tralies om haar heen en zelfs in de melkauto waarmee ze vluchten wordt haar het zicht op waar ze is ontnomen. Pas als de trein door de donkere tunnel het licht tegemoet gaat en uit de tunnel rijdt komt ze los van haar gevangenschap. We vliegen dan over het landschap van Toscane. Einde en nieuw begin, het einde van het fysiek bestaan van Philippa en Filippo en de geboorte van de metafysieke Philippa en Filippo, op weg naar een omgekeerde schepping. Ze worden straks Adam en Eva.

Zowel de eerste als de tweede aanslag op Vendice wordt op een duistere manier verbeeld, waarmee de filmer duidelijk maakt dat iedere moord verwerpelijk is, ongeacht hoeveel schuld de slachtoffers op zich hebben geladen.
De scenes op de zolder van het politiebureau laten ook zien dat zowel Philippa als Filippo schuldbeladen zijn. Philippa krimpt ineen op de grond en Filippo huilt voor het ronde venster.

Ook de muziek benadrukt wat het beeld vertelt: de metaalachtige klanken van Pärt’s muziek zwellen aan bij de beide moordaanslagen en maken de gebeurtenissen zwaar en benadrukt dat beide aanslagen even veel schuld met zich meebrengen.

9. Verzoening

Philippa wil haar straf niet ontlopen. Ze ontkomt weliswaar aan het aardse gerecht maar wil zich toch voor haar daden verantwoorden.

Valk na de aanslag belt ze de politie om zich als het ware aan te geven; ze doet bij haar arrestatie geen vluchtpoging en bekent tijdens haar verhoor schuld. Berouw heeft ze niet, tot ze hoort dat er onschuldige mensen gestorven zijn. Dan stort ze in onder de last van de schuld. Filippo reageert pas positief op haar als blijkt dat zij de onschuldige slachtoffers niet voor lief neemt. Later verklaart ze op de zolder dat ze met de vlucht instemde om Vendice te vermoorden aar daarna alsnog terecht wil staan voor de moord op de onschuldigen.

Als een ter dood veroordeelde laat zij in het kerkje in Multplucano zich de biecht afnemen over haar hele leven. Dit is een sleutelscene in de film. Ze biecht de moord op de vier onschuldigen, op een weerloze man, overspel, liegen tegen haar moeder en zus. De camera maakt draaiende bewegingen om de twee heen, maar maakt die draaibeweging steeds niet af. Hierdoor onstaat wel de intieme afgesloten sfeer van een biechtstoel, maar de echte biechtstoel blijft onbezet. Als Philippa ook haar ongeloof in gevoel, gerechtigheid en ’t leven opbiecht stelt Filippo zijn liefde daar tegenover. “Ik weet dat je van me houdt, maar ik wil dat het einde snel komt”, zegt ze dan.

Al voor het einde van de film wordt Philippa gestraft: haar vriendin slaat haar in het gezicht, Philippa accepteert de straf door en ontvangt vergeving door een omhelzing. De vader van Filippo straft haar door niet met haar in het volle licht gezien te willen worden en neemt de twee mee in verschuilt zich met hen in een hoekje waar verboden dingen gedaan worden. Zijn vergiffenis wordt gesymboliseerd door het geld en de hulp die hij aanbiedt.

Dan vindt de volgende stap in de loutering plaats, als een soort reinigingsritueel laten ze beiden hun haren afscheren. De twee gaan steeds meer op elkaar lijken. Het zijn net twee wereldvreemde monniken geworden. Langzaam brengt Tykwer ons nu naar het hoogtepunt van de film, die zich als een soort omgekeerde zondeval afgewikkeld. Na een maaltijd in de schuur van haar vriendin, brood, wijn, druiven rennen ze de heuvel op naar een boom. In het avondlicht ontkleden zij zich en staan ze als de silhouetten van Adam en Eva onder de boom van de kennis van goed en kwaad en verenigen zich en herstellen de verstoorde scheppingsorde. Daarna hoeven ze alleen nog maar een gelegenheid te vinden om terug te keren naar de hemel. Ze verdwijnen uit ons gezicht.

“Ik wou de vragen zo precies mogelijk stellen, maar geen antwoorden formuleren”, zei Tykwer. Ik ben benieuwd welke vragen over schuld, vergeving, verzoening en verlossing deze film op Palmzondag bij u heeft opgeroepen.

Literatuur

  • Heike Radeck (uitg.), ‘Die Filmsprache Tom Tykwers’. In: Hofgeismarer Protokolle 331. Evangelische Akademie Hofgeismar 2004.
  • Thomas Löwer, Die Moral in Tom Tykwers Heaven oder Gute Terroristen kommen in den Himmel. Philiipps Universität Marburg 2003.
  • Dave Mestdach, ‘Kieslowski volgens Tykwer. Heaven.’ In: Film, Televisie en Video Dec. 2002, p.14.
  • Julie Decabooter, ‘De spring in de hemel. Tom Tykwer.’ (interview) In; Film, Televisie en Video Dec. 2002, p.15.
  • John Petrakis, ‘Kieslowki’s heaven.’ In; Christian Century Oct. 23, 2002.
  • Antonio Sison, ‘Heaven’. In: Journal of Religion and Film, Vol. 7, No. 1, April 2003.
  • Gerwin van der Pol, ‘De Euripese cinema is hemels’. In: Skrien, sept. 2002, p. 16-17.
Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.