|
Engelen, cowboys en christenen
Van Der Himmel über Berlin(1987) tot zijn meest recente film Don’t Come Knocking (2005) neemt de Duitse regisseur Wim Wenders zijn kijkers mee op een spirituele reis langs steeds verschillende uitzichten. “Film kan het onzichtbare zichtbaar maken, maar je moet wel bereid zijn het te zien.”
Jeffrey Overstreet (vertaling Rolf Deen)
Midden op straat in Butte, Montana zit een filmster op een oude sofa. Hij heet Howard Spence en is weggelopen uit de opnamen voor zijn jongste film. Iets heeft hem naar Butte gelokt, de plaats waar hij ooit verliefd werd op een mooie serveerster. Je voelt dat Howard dwars door zijn succes en uitspattingen heen begint te vermoeden dat echte levensvervulling in liefde, familie, toewijding en verantwoordelijkheid ligt. Daar zit hij dan op ‘de plaats van het misdrijf’, achtervolgt door echo’s uit het verleden. Het wordt niet makkelijk om de relatie die hij lang geleden in scherven liet liggen te lijmen en hij is te verblind om te zien dat de reis moet beginnen met berouw en vergeving.
Dat is de premisse van Don’t Come Knocking, de laatste film van de Duitse regisseur Wim Wenders.
Spiritueel desolaat
Don’t Come Knocking brengt Wenders opnieuw samen met de Amerikaanse acteur en toneelschrijver Sam Shepard, met wie hij in 1984 Paris, Texas maakte, een film over de spirituele reis van weer een andere dolende ziel die moet heel maken wat gebroken was. Twintig jaar later heeft het duo het zelfde thema weer opgepakt en een nieuwe reis ontdekt, vol humor, pijn en verlangen. Shepard geeft als acteur en scenarist een rauwe authenticiteit aan de hoofdrol. De bijdrage van Wenders bestaat er uit dat hij het onzichtbare werk van de Geest toont, door een observerende camera, een meditatief tempo en een intuïtieve omgang met het ruige landschap als desolaat spiritueel terrein. Wenders is christen en heeft oplettende filmfans de afgelopen drie decennia ‘ogen om te zien en oren om te horen’ gegeven.
Beperkte blik
In een film van Wim Wenders is het goed om te letten op hoe verschillende hoofdpersonen op hun eigen manier naar de werkelijkheid kijken. Al zijn verhalen gaan over mensen met een beperkte blik die een ruimer begrip van zaken moet zien te krijgen. In Der Himmel über Berlin, waar hij in Cannes een Gouden Palm mee won, volgt Wenders engelen bij hun dagelijks werk in de onrustige straten van Berlijn. De engel Damiel (Bruno Ganz) luistert naar de gedachten van wanhopige burgers, verwondert zich over het geloof van grootogige kinderen en snakt er naar zelf de genoegens van zintuiglijke waarneming te ondervinden. Als hij een mooie trapezekunstenaar ontmoet (Solveig Dommartin) die hunkert naar contact met een geestverwant, gaat hij de uitdaging aan om ‘een duik in het menselijke’ te nemen en achter haar aan te gaan.
Beker warme koffie
Hij omringt haar als beschermengel met zijn onzichtbare spirituele zorg. En zij, als zijn muze, verleidt hem de sprong te wagen, het geheim van het menselijk bestaan te omarmen, waardoor zelfs het vasthouden van een gewone beker warme koffie op een koude ochtend hem tot eerbied en verwondering aanzet, waardoor het heilige zich in het gewone openbaart. Door de kijker met de blik van engelen naar de werkelijkheid te laten kijken, krijgt deze opnieuw waardering voor de geïncarneerde aard van schepping, voor de vreugde die God’s liefde brengt op de pieken en in de dalen van het dagelijks leven.
Het onzichtbare zichtbaar
Wenders heeft ooit geschreven: “Film kan het onzichtbare zichtbaar maken, maar je moet wel bereid zijn het te zien.” Gevraagd om nadere uitleg hierover in een interview, zei hij; “Een van de verbluffende prestaties van film is dat film iets kan openbaren wat je eigenlijk niet kunt zien. Toen ik begon als kunstschilder, geloofde ik dat alleen het zichtbare er toe deed. Toen ik eenmaal met film bezig was besefte ik dat iets wat ik helemaal niet voor de camera had waargenomen later in de film er wel was.” Zo verging het hem toen hij Der Himmel über Berlin aan het draaien was. Wenders, die van zijn katholieke opvoeding vervreemd was, ontdekte dat toen hij filmde vanuit het perspectief van denkbeeldige engelen, hij daardoor wonderlijke dingen ontdekte en vastlegde op film die hij helemaal niet had gepland. “Ik had nooit geloofd dat film zich zou kunnen bezighouden met het metafysische. Toen ik klaar was met draaien, dacht ik, ‘hoeveel hulp heb eigenlijk gekregen?’ Ik had het gevoel dat ik de film bijna helemaal onbewust had gemaakt en dat de engelen die ik als het ware had opgeroepen er echt waren geweest om mij te helpen. Wat ik als een metafoor had opgevat, was op wonderlijke wijze werkelijkheid geworden. Zo kwam ik tot ontdekking dat het onzichtbare heel krachtig doorwerkt in films. Ik denk niet dat je dat heel bewust kunt oproepen. Ik heb dat tenminste niet gedaan.”
Overdaad: Land of Plenty
In 2004 vertelt Wenders met de film Land of Plenty opnieuw een verhaal over tegengestelde perspectieven. Het idee van Wenders voor deze film werd door zijn vriend en schrijver/regisseur Scott Derrickson (o.a. The Exorcism of Emily Rose) in een verhaal omgezet. De sterke christelijke levensovertuiging van de beide cineasten is duidelijk voelbaar in The Land of Plenty (volgens sommige critici gaat dit ten koste van de filmische kwaliteit). Het verhaal is een verkenning van Amerika na 9/11. Maar waar heeft het land een overdaad (plenty) aan? Aan problemen of aan kansen? Aan kwaad of genade?
Ground Zero
Paul (John Diehl) is een zenuwachtige Vietnam veteraan die paranoia raakt door de gebeurtenissen van 9/11. Hij benoemd zichzelf tot verdediger van de ‘binnenlandse veiligheid’ en stroopt de achterbuurten van Los Angeles af op zoek naar terroristische activiteiten. Op een bepaald moment komt hij Lana (Michelle Williams) tegen, een jonge vrouw die werkt voor een zendingsorganisatie. Hun gezamenlijk reis vol avonturen eindigt bij Ground Zero in New York en daar slaat Wenders snaren van hoop aan te midden van zenuwslopende en gruwelijke herinneringen. De twee uitersten die elkaar in de film tegenkomen zijn een echo uit de biografie van Wenders zelf, die opgroeide in het verdeelde Duitsland en die zich gedesillusioneerd afwendde van zijn kerkelijke achtergrond tot op het moment dat zijn geloof nieuw leven ingeblazen kreeg. Hij spreekt over deze persoonlijke omzwervingen in een interview met het tijdschrift Image.
Kinderlijk geloof
Wenders heeft met Land of Plenty geprobeerd zijn nieuwverworven visie op een vitaal christendom naar het witte doek te vertalen – een visie die vorm krijgt in de figuur van Lana. “Toen wij de film in 2003 draaiden was ik zo geschokt door de manier waarop christelijke ideeën zijn gekidnapt en volledig zijn verdraaid. Mededogen en sociaal bewustzijn hadden toen de politiek verlaten. Alles waar ik als christen achter sta is op een vreemde manier verdraaid. Ik dacht bij mijzelf dat wanneer ik ooit een persoon zou verbeelden die christen is, dan zou zij het voorleven en er niet te veel over praten of er een enorm punt van maken. Zij zou een soort kinderlijk vertrouwen en geloof moeten hebben. Zij zou gewoon zo maar haar leven moeten leiden.” Dat kinderlijk geloof is in de film beslissend, niet alleen voor haar eigen leven maar ook voor dat van anderen. Wenders hoopt dat zijn overtuigingen niet te zwaar over komen, hij wil met zijn werk geen zending bedrijven. Daarom zou het geloof van Lana in de film ook niet geloofwaardig zijn als zij in de film een preekje zou afsteken tegen de andere hoofdpersonen. “Haar geloof doet zijn werk uitsluitend via haar daden.”
Verhalen op de grens
De verhalen van Wenders, die geboren is in Düsseldorf in 1945, spelen zich af op de grens tussen mannen en vrouwen, wereldbeelden en generaties. Als gelovige ziet hij hoop, verzoening en verlossing zelfs op de donkerste plekken. De sciencefiction film Until the End of the World (1991) laat zien dat zelfs de meest veelbelovende technologie in handen van slechte mensen kan verworden tot een verdorven middel om slechts het eigenbelang te dienen. In In Weiter Ferne, so nah (1993), het vervolg op Der Himmel über Berlin, wordt opnieuw een engel mens, sluit zich aan bij wapensmokkelaars en vraagt zich wanhopend over zijn slechtheid af: “Waarom kan ik geen goed doen? Waarom kan ik niet zijn zoals een mens?” In The End of Violence (1997) zien we hoe het einde van zijn Hollywood successen een kleinzielige filmproducent opent voor echte menselijke ervaring. Mel Gibson speelt in The Million Dollar Hotel (2000) de rol van een getroebleerde politieman die de rare wereld van een stelletje buitenbeentjes binnenwandelt, waar een suïcidale jonge man verliefd wordt op een boosaardige jonge vrouw en leert dat zelfs een moeilijk leven vele momenten van genade en betovering kent.
Geen kaskrakers
Het werk van Wenders verlangt een aandachtig publiek. Zijn films maken op een publiek dat gewend is aan actiefilms en snelle Hollywood producties de indruk dat zij voortkruipen. De ‘actie’ in een film van Wim Wenders is vaak geheimzinnig en soms heel subjectief. Zijn films zijn niet geschikt voor mensen die graag alles krijgen uitgelegd. Het zijn films voor kijkers die beseffen dat het loont om in een film betrokken te raken, om de verschillende rollen te bezien in relatie tot anderen, het landschap, de geschiedenis en geloof. “Het publiek en de critici zijn vergeten dat er een andere manier is om films te ontvangen, een manier die van jou vraagt dat je actief deelneemt”, zegt Wenders. “Kaskrakers willen niet dat jij deel uit maakt van de film. Ze dienen je hapklare brokken op en dat is het dan.” Arthouse films daarentegen “zeggen tegen je: ‘Alsjeblieft, dit is maar een voorstel en als je jezelf wilt laten meeslepen, dan beloof ik je de mooiste droom ooit. Kaskrakers laten ons niet dromen, zij maken dromen voor ons.”
In die zin is de laatste film van Wenders, Don’t Come Knocking (2005), een optelsom van zijn sterke kanten. De stiltes zijn net zo belangrijk als de dialogen. Het landschap achter hen is even belangrijk als de figuren op de voorgrond. Allemaal samen dragen zij bij aan de vragen die de kijker geacht wordt zichzelf te stellen.
De anti-western
Don’t Come Knocking is het tegenovergestelde van de klassieke western waarin de cowboy altijd het meisje krijgt, altijd de slechteriken met zijn verstand en pistool de baas is en vervolgens de zonsondergang tegemoet rijdt, gedoemd om te blijven dolen en nieuwe avonturen te beleven. In de laatste film van Wenders wil de cowboy helemaal niet zo graag rondzwerven maar liever op zoek gaan naar zijn roots. Op zijn gewaagde tocht naar Butte, Montana gaat de weggelopen acteur Howard onderweg bij zijn moeder langs die hem binnenhaalt als een verloren zoon. De dood van zijn vader noemt ze tussen neus en lippen door, waarmee ze suggereert dat de vader van Howard geen belangrijke factor of persoon in zijn leven was. Misschien heeft Howard die neiging om voor het leven en verantwoordelijkheid te vluchten niet van een vreemde.
De verloren vader
Dan ontdekt Howard dat hij een zoon heeft, Earl, die is voortgekomen uit een korte liefdesaffaire die hij had in Butte. Earl droomt er van om een rock ster te worden en lijdt een roekeloos leven vol met drugs en voor de lol ook nog een vriendinnetje erbij. De relatie met het meisje is niet zo veelbelovend ; het ziet er naar uit dat Earl haar zal laten staan in de stofwolken die hij achterlaat, precies zoals zijn vader zijn moeder heeft laten zitten. En Howard ziet dit en neemt de rol aan van wat Wenders ‘de verloren vader’ noemt. Hij keert naar huis terug om zichzelf in de spiegel te zien staan in het beeld van zijn zoon. Daardoor wordt zijn spijt alleen maar groter. Dat hij door zijn oude vlam (Jessica Lang) wordt afgewezen, ondanks zijn verzoeningspoging, maakt het er niet beter op. Is er hoop voor Howard? Lukt het hem te stoppen met dagdromen , met te denken dat hij de zaak nog kan redden en toe te geven dat zijn daden tot rampspoed hebben geleid? Howard is zo gemangeld dat verlossing wel van buiten moet komen. Misschien doet de genade zijn werk met hem en maakt die er nog wat van. Misschien krijgt hij niet wat hij wil maar vindt hij wel wat hij nodig heeft.
Vaderloos
In Don’t Come Knocking komen geen christelijke personen voor zoals in Land of Plenty en ook geen engelen zoals in Der Himmel über Berlin. Toch zien we sporen van de Geest die deze nukkige zielen op weg helpt naar verlossing. We zien dit verhaal steeds vaker in films tegenwoordig want hele generaties groeien op zonder vader en zij verlangen ernaar die leegte op te vullen. En ook de mannen die hun gezinnen achterlieten en voor hun verantwoordelijkheden vluchtten beginnen te hunkeren naar wat zij hebben moeten missen.
Sam Shepard die samen met Wenders aan het scenario werkte heeft toegegeven dat het verhaal een weerslag is van zijn eigen getroebleerde relatie met zijn vader. Maar Wenders hoort er ook echo’s in uit zijn eigen verleden- hij brak als tiener met zijn vader, had jarenlang een gemankeerde relatie met hem en verzoende zich ten lange leste toch. Die verzoening was heel belangrijk voor de cineast vooral omdat er steeds meer mensen op zijn weg kwamen die in essentie vaderloos waren.
“Hallo, ik ben je vader”
‘De afwezig vader werd langzamerhand een cultureel en sociaal verschijnsel,” zei Wenders. “Het leek er in de jaren 90 wel op of er meer mensen waren zonder vader dan met.” Daardoor wilde Wenders “graag het verhaal over die afwezigheid vertellen” en deed dat op zijn typische manier door het verhaal vanuit beide invalshoeken te vertellen. “Ik wilde het van twee kanten laten zien – de man die afwezig was en er niet was voor zijn kinderen en dat als een gemis voelde en de adolescenten die een man zien binnenvallen die zegt: ‘Hallo, ik ben je vader’ en hoe zij dat ervaren.”
Mijn levensverhaal
Wat gebeurt er als mensen met verschillende invalshoeken botsen? “Het zou het verhaal van mijn eigen leven kunnen zijn,” zegt Wenders, “zowel als kind van het naoorlogse en politiek onverzoende Duitsland, als iemand die daarna als betrekkelijke eenling zijn weg gaat. “ De jonge Wenders begint zijn artistieke loopbaan als schilder en kiest opzettelijk voor een ‘ nogal eenzaam leven’. Toen hij echter in ban raakte van beelden op film in plaats van op linnen, bracht hem dat in een wereld waarin samenwerking essentieel bleek. “Ik denk dat ik door film een ander mens geworden ben. Je kunt in mijn werk verschillende trekken van deze twee personen herkennen: langzaam komen ze met de wereld in het reine, ontmoeten zij mensen, willen zij tot een andere context behoren, zowel lichamelijk als geestelijk. Als ik terugkijk op mijn films, is dat mijn levensverhaal. Kijk ik terug op mijn films, dan zie ik een mens die de wereld inkijkt en zonder met zijn ogen te knipperen zowel de schoonheid als de lelijkheid aanschouwt.”
De hoofdpersonen in de films van Wim Wenders zijn nooit enorme helden, het zijn gebroken mensen, gekweld en geteisterd door zonde. Maar soms als zij zichzelf klein maken, beweegt genade door hen heen en wordt er iets duidelijk van de onzichtbare hand van God.
This article first appeared in the 03/28/06 issue of Christianity Today. Used by permission of Christianity Today International, Carol Stream, IL 60188.
De originele tekst is hier te lezen.
|